Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Ga naar pagina : Vorige  1, 2, 3, 4, 5  Volgende

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Ga naar beneden Bericht [Pagina 4 van 5]

Elina

Elina
Ik ben een Teacher
Teacher
Deze weg kende Elina helemaal niet. Ze was hier niet geweest toen ze voor de allereerste keer naar de plek van het gevaar ging. Hier was het droog. Misschien had het hier wel niet geregend. Sam ging weg. Niet veel later kwam hij terug met een fles water, Elina was verbaasd, ze kon zich niet voorstellen dat hier dichtbij water was. Sam gaf eerst haar te drinken en nam daarna pas zelf. Ondanks dat Sam nog steeds met zijn gedachten bij Catharina was, vergat hij haar niet. Dat was maar weer gebleken met het drinken. Nu kon ze het wel vragen: ‘Sam, zijn we verdwaald?’.

Ondertussen had Elette Sam en Elina in de gaten gehouden. Het leek wel of ze haar waren vergeten. Alsof ze niet besefte dat zij er ook nog was. Sam kon ze het niet kwalijk nemen, maar Elina wel. Wat had ze toch allemaal in haar hoofd zitten, ze leek echt van de wereld te zijn. Ze voelde zich buiten gesloten, ze zou het binnenkort maar met Elina over hebben.

Sam

Sam
Ik ben een Ontdekker
Ontdekker
Na dat Elina wat had gedronken nam hij pas. Sam ging naast haar zitten en keek voor zich uit. 'Euh we zijn verdwaald ja.'Bekende Sam. Hij dacht na maar kon niks bedenken. Toen stond hij op. Zonder wat te zeggen zette hij Elina weer op zijn rug. Sam liet de Anima voor hen zweven. Hij liep een kant op en kwam plots op een idee.
Die dag dat Catharina hem voor het eerste kuste was dat om contact te maken met Tempus. Misschien kon Sam ook wel contanct maken met een boom. Sam ging door zijn knieën en legde zijn hand op een boom. Het duurde even maar eindelijk lukte het hem. Zonder te vragen wat hij wilde vragen liet de boom zien wat hij wilde zien.
'ik weet de weg weer.'Zei Sam. Je kon zien dat hij trots op zich zelf was. En dat was hij ook. Sam draaide zich om en liep naar de goeie weg.

Elina

Elina
Ik ben een Teacher
Teacher
Elina was niet verbaasd of geschrokken toen Sam zei dat wij echt verdwaald waren. Eigenlijk had ze het al geweten. Ze herkende altijd wel iets, al was het nog maar heel klein. Deze keer had ze niets herkend. Sam stak zijn hand uit en legde hem op een boom. Elina had niet meteen door wat hij van plan was. Wat moest hij met bomen? Toen begon er een belletje te rinkelen, de bomen, die wisten de weg.Hij probeerde contact te krijgen met de bomen. Sam kon het inderdaad proberen, maar het zou hem niet lukken. Elina wilde niet dat hij zich rot ging voelen. Ze sloot haar ogen, ze zocht zelf contact met de bomen en gaf alles wat zij had gehoord door aan Sam via de bomen.

Trots en blij was hij dat het hem was gelukt, Elina liet hem in die waan.Ze gingen terug, Elina wist dat er veel ging gebeuren, vooral voor Sam. Het moest nu gezegd worden, het duurde niet heel lang voordat ze weer terug bij Catharina en Tempus zouden zijn. Dit was hun ;aatste pauze, ook die was al bijna afgelopen. Daarom greep Elina haar kans. "Sam... ik wil je bedanken voor al je hulp. Zonder jou weet ik niet hoe het afgelopen zou zijn." Elina zat naast Sam, er was weinig ruimte tussen hen. "Als we zo terug zijn, beloof me dat als er wat is en er lijkt niemand te zijn, dat je dan naar mij komt. Vrienden lijken soms verweg, maar wees zelf sterk. Wat er ook gaat gebeuren, blijf geloven dat er altijd iemans is die van je houdt." Elina had nu gezegd wat ze kwijt wilde.

Ondertussen riep ze Elette in haar gedachten. Elette wist wat ze dacht. Ze wist alles. "Doe niet zo gek, ik vergeet je nooit. Je bent heel erg belangrijk voor me. Ik stuurde je weg voor die roos, onze hulp was nodig, als we ons zouden splitsen, konden we nog meer helpen. Ik ben super trots op je en vergeet niet dat ik om je geef."

Terwijl ze dit dacht, was de zon aan het schijnen. Het scheen in het gezicht van Sam en die van Elina. Sam deed zijn ogen dicht, Elina keek naar hem. Hij was hier voor haar. Hij was nog steeds bij haar, ondanks dat hij de kracht bezat om zomaar te verdwijnen. Elina hield van hem. Hij was knap. Hij had nog steeds zijn ogen gesloten. Eigenlijk vond Elina het niet kunnen om nu te zeggen dat ze van hem hield. Sam hield van Catharina. Alleen Elina was bang dat Catharina hem heel erg zo kwetsen. Dat verdiende hij niet. Elina kon haar gevoelens niet meer in bedwang houden. Al die tijd dat hij haar droeg, al die tijd dat ze samen waren, heel de tijd heeft ze gevochten om haar gevoelens tegen te houden. Nu kon ze het niet meer. Stiekem hoopte ze heel erg dat Sam ook gevoelens voor haar zou kunnen krijgen. Misschien, maar dan moest ze wel heel veel geluk hebben, was er al sprake van een gevoel, heel verweg, heel diep in hem. Elina keek Sam nog steeds aan en gaf hem een kus.

Sam

Sam
Ik ben een Ontdekker
Ontdekker
Na een tijdje stopte Sam weer voor een pauze hij liet Elina zitten en ging zelf ook naast haar zitten. Sam trok zijn knieën op. Hij legde zijn hoofd er op en zijn armen om zijn benen. Sam keek om naar Elina toen hij haar zijn naam hoorde zeggen. Hij wist niet wat hij terug moest antwoorden al helemaal niet die laatste zin. Wat bedoel ze met er is altijd wel iemand die van je houd. 'Het is mijn taak om andere te helpen.'Zei Sam.
Sam keek weer voor zich uit en kneep zijn ogen dicht toen de zon plots in zijn ogen scheen. Voor dat Sam het in de gaten had. Voelde hij twee lippen op zijn huid. Sam opende zijn ogen en trok zijn hoofd weg. Hij wist niet wat hij moest zeggen. Hij vond haar aardig echt waar. Maar ze konden niet meer vrienden zijn. Zijn hart verlangde naar Catharina. En dat zal altijd blijven. Nog nooit heeft hij zulke gevoels voor iemand gehad. Hij heeft wel eens gevoelens gehad voor een vrouw. Of nou ja een meisje. Maar zijn gevoelens voor Catharina waren strek. 'Elina, Ik mag je echt waar maar. Ik ik.'Sam wist niet wat hij verder moest zeggen. Hij wilde haar niet kwetsen. 'Kom laten we maar weer gaan.' Aan gezien de Anima van Elina al sterker was kon hij nu sneller gaan. Sam zette Elina weer op zijn rug. Hij was blij dat Catharina zijn wonden had geheeld zo ver dat kon. Anders had hij dit nooit volgehouden. Sam ademde even in en zette het op een rennen. Binnen een minuut of twee waren ze weer terug. Sam rende door naar het paleis en rende naar de kamer waar Catharina en Zeus waren. Toen ze er eenmaal waren zette hij Elina op de grond. Sam liep naar Zeus toe gaf hem een klopje op zijn kop. 'Hoe gaat het hier.'Vroeg hij aan hem. Zeus antwoorde niet. Sam keek naar Catharina en zag dat ze sliep. Hij draaide zich om en ging tegen de muur aan zitten. Nu pas voelde hij hoe moe hij was. Sam sloot even zijn ogen om wat te rusten. Uit eindelijk viel hij ook in slaap. Met Zeus naast zich.

Tempus

Tempus
Ik ben een Admin
Admin
Tempus keerde zijn lichaam om, en liep met kleine passen weg van Cath, die in een diepe slaap was. Toen zag hij Sam binnenkomen; ''Hoe gaat het hier'', vroeg hij, terwijl hij tegen de muur ging zitten. Tempus deed zijn mond open om wat te zeggen, maar hij zag dat Sam al sliep.
Tempus greep een laken, en spreidde het over Sam heen. Even bleef hij staan kijken, of hij wel echt sliep. Maar toen hij zag dat hij dat deed, greep hij de handvaten van het rollend bed van Cath, en duwde er zachtjes tegenaan. Met bed en al rolde hij het bed weg. Hij wenkte naar Oblivios en vroeg hem mee te komen. Tempus rolde het bed het kasteel uit, de buitenlucht in. Dat was iets wat Cath nodig had.
Tempus keek naar Elina, en zag dat ze de witte pioenroos niet bij zich had. Dan zou Tempus Cath naar de Pioenroos brengen, en naar een plek waar ze zeker veilig was voor het stof. Een plaats waar ze van hield, en waar ze thuis was. De enige plaats waar nog een Witte Pioenroos kon groeien. Opacare.
Tempus keek naar achter, en zag daar het pas ontstane paleis, de hoogste boom, Sam en Elina verdwijnen in de schimmen van de bomen.

Oblivios

Oblivios
Ik ben een Admin
Admin
Oblivios keek nog even rustig naar Catharina die in een rustige slaap was beland. Hij ging met zijn vinger loodrecht over haar voorhoofd, een soort zegening. 'Ik ga naar de Firetree. Ik zal het slechte stof laten verdwijnen. In naam van de Caelos.' sprak hij zacht. Toen liep hij rustig richting het paleis en floot Ramess terug die er sierlijk aan kwam vliegen. 'Tempus, ik ga naar de Firetree.' zei hij als mededeling. Hij snapte nog steeds niet waarom de meesten nog niks deden tegen de grootste bedreiging op het moment: de slechte boom. Van Tempus en Catharina kon hij het begrijpen, Catharina was gewond of gewond geweest en Tempus was net terug uit 'de dood', maar het leek wel of de rest gewoon wilde dat de slechte boom bleef staan. Hij zuchtte en gooide zijn tas over zijn schouder. 'Hier gaan we Ramess.' zei hij met een lachje. De Anima trok een grijns.

Elina

Elina
Ik ben een Teacher
Teacher
Elina wist wel wat Sam dacht. Ze wist het gewoon. Hij moest haar niet. Zijn blik, hij keek naar haar alsof ze een stuk grofvuil was. Ook zag Elina de schrik in zijn ogen. Sam wist niet wat hij moest zeggen, hij was sprakeloos. Hij hield zielsveel van Catharina. Alleen als je liefde niet werd beantwoordt, dan stopt de verliefdheid ooit. Elina wist dat Sam haar niet wilde kwetsen. Ze wist dat Sam niet van haar hield. Waarschijnlijk zouden we erover zwijgen en niemand zou weten dat Elina hem een kus had gegeven. Waar was ze aan begonnen, hoe kon ze het in haar hoofd halen? Sam tilde haar weer op en ze gingen weer verder. Of ze het nu wilde of niet, ze voelde de tranen toch komen. Elina stopte ze weg, ze wilde haar zwakheid niet laten zien, niet laten merken. Ze wilde gewoon even tijd voor haarzelf of met iemand kunnen praten, maar dat laatste ging sowieso niet door. Misschien zou Tempus zien dat er wat was, misschien wilde hij zelfs tijd voor haar maken en zou Sam even bij Catharina blijven, maar die kans was te klein. Heel misschien was Oblivios er ook wel, zou hij iets zien?! Ze kende hem niet eens en andersom ook niet. Dat hoefde niet te betekenen dat hij niets zou zien en dat hij haar zou negeren.

Toen ze eindelijk bij het paleis aan waren gekomen, keken we allebei even naar Catharina. Het leek erop dat Tempus goed voor haar had gezorgd, ze had schoon verband en nu was ze in diepe slaap. Sam ging zitten en viel in slaap. Niet zo gek eigenlijk, hij had al zijn energie gebruikt tijdens hun tocht. Toen sam tegen de muur ging zitten, kwam Tempus eraan gelopen. Toen hij zag dat Sam sliep, deed hij een deken over hem heen. Tempus was zelfs goed voor Sam, ook al mocht hij Sam niet altijd, toch gaf hij hem een deken. "Hee Tempus", zei Elina, "hoe gaat het met jou?" Elina vroeg expres naar hem, waarschijnlijk kreeg hij niet veel aandacht, kreeg hij niet veel complimentjes. Hij was er en iedereen ging er van uit dat hij zou helpen, maar verder werd hij niet bedankt, tenminste dat idee kreeg Elina. Ze had veel bewondering voor hem. Tempus leek haar niet te horen, wel keek hij even naar haar handen. Waarschijnlijk had hij wel verwacht dat ze de witte pioenroos bij zich zou hebben, maar ze had hem niet. Ze kon het wel uitleggen, wat ze ook dolgraag wilde, maar nadat Tempus had gekeken, ging hij weer weg. Geen een woord had hij gezegd. Nou dan toch niet. Als dat zelfs al teveel was geworden...

Elina ging helemaal aan de andere kant van Sam zitten. Ze wilde niet dat Sam schrok als hij wakker werd en zij zat zo dichtbij. Eigenlijk deed ze het ook een beetje voor haarzelf, even tijd voor haarzelf. Natuurlijk kon ze dan ook gewoon weggaan, maar ze wilde Sam niet alleen achterlaten. Dat vond ze niet kunnen.

Elette zat bij haar, ze was moe. Elette viel langzaam in slaap.Slapen, daar had Elina ook wel zin in, maar het lukte niet. Haar hoofd zat te vol. Sam die van Catharina hield al toen Elina hier kwam en toch was ze verliefd geworden. Tempus die alleen maar aan de roos kon denken voor Catharina, niets zei, zich zelfs niet afvroeg waarom het zo lang had geduurd en waarom ze geen roos had. Jaloers was ze niet, maar verdrietig, dat was ze wel. Hoe zat het met Oblivious? Waar was hij? Misschien dacht hij ook wel dat hij niemand had. Elina dacht aan hem, hij zou dat vast niet verwachten. Misschien moest ze hem gaan zoeken. Ach, waarom zou ze ook. Wat was dit voor raars? Er zat wat tegen en Elina wilde vluchten, weg van het probleem? Wie was dit? Zo kende Elina haarzelf helemaal niet. Verliefd zijn was ook al niets voor haar, wat was er met haar aan de hand?! Misschien werd Elina gewoon ouder, misschien miste ze wel gewoon haar familie. Veel familie had ze nooit gehad. Ze had nu alleen nog een vader. Haar moeder was nog niet zo heel lang geleden overleden. Haar vader vluchtte, hij kon het niet aan. Elina besefte dat ze op hem leek, meer dan ze ooit had geweten. Ze miste haar vader, hij had haar alleen achtergelaten. Broers of zussen had Elina niet gehad. Lang geleden heeft er wel een tijdje een nicht bij haar in het huis geslapen, maar dat was maar heel kort.

Elina trok haar benen naar zich toe, legde haar armen op haar knieën en legde haar hoofd op haar armen, haar gezicht naar beneden gericht. De eerste traan rolde over haar wang. Een zachte snik ontging haar. De tranen werden groter, het werden er meer. Ze huilde, het leek een eeuwigheid te duren. Heel even deed ze haar hoofd omhoog om haar gezicht een beetje droog te maken. Echt veel nut had dat niet, want ze bleef huilen. In haar ooghoek zag ze Sam ontwaken. Wat zou hij doen? Weglopen van haar? Tempus achterna gaan? Of zou hij zich omdraaien en verder slapen?

Elina hoorde een stem, verweg. Het leek wel alsof de voorouders tegen haar spraken. "Elina, ga naar buiten, Oblivios gaat naar de firetree, je moet hem helpen." Elina besloot dus om naar buiten te gaan, er was iemand die haar hulp nodig had. Ze liep naar Sam. De tranen waren gestopt, maar ze had nog wel rode ogen en een beetje een gevlekt gezicht. "Sam, ik werd net geroepen, ik denk door de voorouders. Ik ga samen met Oblivios naar de firetree. Je mag mee als je dat wilt, maar ik snap best als je dat niet wilt, aangezien wat er is gebeurd... Tempus is met Catharina naar de witte pioenroos zoeken, als je snel bent kun je ook nog met hen mee. Je moet zelf kiezen. Oblivios heeft mijn hulp nodig, dus ik moet gaan." Elina wilde Sam eigenlijk niet achterlaten, maar ze moest. De voorouders hadden haar geroepen. Elina had in dit geval geen keus. Nu kon ze Oblivios leren kennen, kijken wat voor man hij is. Als Sam niet mee ging, misschien was dat zelfs wel goed. Elina dacht dat ooit hun wegen elkaar wel weer zouden kruisen en ze dacht dat dat niet heel lang zou duren. Nu moest ze opschieten en heel snel naar Oblivios gaan.

Alwin

Alwin
Ik ben een Bekende Burger
Bekende Burger
Alwin stoof voor Dusty de donkere gangen uit van een vreemd paleis, die hij nog nooit had gezien. Hij was met het omvallen van de boom in zo'n diepe trance geweest, dat hij niet eens had gemerkt wat er allemaal was gebeurd hier. Wie er waren, waar hij was. Wat er gebeurd was. ''Oblivios, waar ben je, hallo'', riep Alwin door de gangen, terwijl hij in een gedeelte kwam waar een vreemde man tegen de wand lag te slapen.
Hij zag hoe een mevrouw opstond en weg wilde gaan. Alwin keerde zich snel naar haar toe, en ging voor haar staan. Alwin kreeg een kleur, en keek de vrouw aan. ''Weet.... Weer u waar Oblivios is, en waar is Cath, en Tempus.'' Alwin bleef maar de namen opnoemen van alle mensen die hij zocht en waarvan hij hoopte dat ze nog in veiligheid waren.
''Waar zijn Abigail en Melodie'' vroeg hij toen. ''Waar is iedereen''
Er verschenen tranen in zijn ogen, terwijl hij hoopvol naar de vreemde mevrouw keek. Hij had niet eens door dat ze van de Caelos was net als hij.
Alwin keek even naar de gewondde slapende man, en richtte toen zijn blik weer op de mevrouw. ''Mevrouw, ik ben iedereen kwijt, ik kan niemand meer vinden. Ik... Ik, weet alleen nog maar het moment dat de boom omviel, en iedereen door elkaar liep. Toen beschermde Oblivios me met een takkendeken, en daarna weet ik niets meer. Ik ben hier zelf heengelopen denk ik, maar ik weet niet meer hoe. Waar ben ik''
Alwin keek paniekerig om zich heen in dit vreemde gebouw. ''Ik moet weten waar iedereen is, of iedereen oké is. En dan moeten we de bomen beschermen.'' Alwin zag enkele verdorde bomen buiten staan en trok een beteuterde blik vol afschuw. ''Is de Firetree al weg.''
De vrouw bleef hem aankijken, en Alwin besefte dat de vrouw misschien helemaal niets wist hiervan. Ze was hier vast nieuw. Dan moest hij iedereen zelf gaan zoeken.

Firetree: Vernietiging van het Magistrerium. - Pagina 4 2797642614
Salva kon Alwin niet bijhouden, Hij was moe, en had geen puf meer. Hij had Alwin al die tijd beschermd, terwijl hij in een diepe trance was. En dat was al een hele taak voor hem.
Salva liep de ruimte in waar Alwin was, en snuffelde aan de slapende man, die tegen de muur lag te slapen. Hij was ernstig gewond. ''Alwin, we moeten hem helpen, volgens mij is hij van het Magistrerium, misschien weet hij waar Tempus is'' Salva opende de tas die hij had mee had gesleurd. De tas van Alwin waar al zijn zelfgemaakte kruiden brouwsels in zaten. Nu zouden ze kunnen worden gebruikt.

-Ik ben er weer, en heb nu eindelijk zomervakantie :d-

Elina

Elina
Ik ben een Teacher
Teacher
Elina wist dat ze moest opschieten. Ze wilde al snel naar buiten gaan, maar voor haar stond een jongen. Waar hij opeens vandaan kwam wist ze niet. Zonder geluid was hij naar haar toe gekomen. Hij kreeg een mooie rode kleur op zijn wangen. "Weet... Weet u waar Oblivios is, en waar is Cath, en Tempus." De jongen stotterde. "Waar zijn Abigail en Melodie?" vroeg hij toen. "Waar is iedereen?" Elina wist niet waar ze allemaal waren, maar Oblivios, Catharina en Tempus wist ze natuurlijk wel. Het leek alsof er tranen in de ogen van de jongen kwamen, maar hij hield zich groot. Hij keek heel even naar Sam."Mevrouw, ik ben iedereen kwijt, ik kan niemand meer vinden. Ik... Ik weet alleen nog maar het moment dat de boom omviel en iedereen door elkaar liep. Toen beschermde Oblivios me met een takkendeken en daarna weet ik niets meer. Ik ben hier zelf heengelopen denk ik, maar ik weet niet meer hoe. Waar ben ik?" Die arme jongen was echt in paniek. Elina moest hem helpen.

"Noem me maar Elina, hoe heet jij?" Ze voelde medelijden met de jongen, heel oud was hij nog niet. Elina gokte dat hij een jaar of tien was. "Ik weet waar Oblivios is. Hij gaat naar de Firetree en ik moest meegaan. Ik moet me ook haasten nu, hij heeft mijn hulp nodig. Als ik jou was, zou ik meegaan. het kan wel gevaarlijk zijn, maar hier blijven bij Sam... Ik denk niet dat hij daar op zit te wachten. Onderweg kan ik je wel wat meer vertellen over Catharina en Tempus. Oblivios kan waarschijnlijk wel meer over de anderen vertellen. Ik moet echt gaan anders haal ik Oblivios nooit meer in." Als die jongen niet mee wilde, dan ging hij maar niet mee. Alleen ze moest zich haasten. Net zoals ze Sam niet alleen achter wilde laten, wilde ze deze jongen ook niet hier laten. Ergens had Elina het gevoel dat ze hem moest beschermen. Ook had ze het gevoel dat ze de jongen al kende, maar waarvan wist ze niet. Ze had geen keus, hij moest kiezen of hij mee wilde of niet. Elina had geen tijd om op zijn antwoord te wachten, als hij mee wilde kon hij nu mee gaan. Hij moest nu beslissen.

Alwin

Alwin
Ik ben een Bekende Burger
Bekende Burger
Alwin keek de vrouw aan. Ze leek Tempus en Cath dus toch te kennen, en ging naar de Firetree.
Ze zei, dat Sam niet zat te wachten op hulp. Alwin keek naar Sam. ''Maar hij is gewond, we kunnen hem hier toch niet zo achterlaten, we moeten hem helpen.'' Alwin liep naar Sam en deed zijn ding met zijn zalfjes en kruiden. Hij had veel werk gehad deze te maken, maar het werkte heel goed. Zijn vlierbessensap vermeng met klein kruiskruid hielp erg goed tegen etterende wonden, en zorgde voor een snelle heling. Brandnetel met Viola Arvensis, ruwe citroensap en fluitenkruid hielp goed tegen blauwe plekken, en tot slot hielp zijn dotterbloemen met berkenblad en tomatensap heel goed tegen ontstekingen.
Alwin verwonderde dat de man hier doorheen sliep. Hij wikkelde wat schoon verband om de man heen.
''Zo nu kunnen we gaan naar de Firetree, Elina.''

Elina

Elina
Ik ben een Teacher
Teacher
"Oh wat erg, inderdaad we moeten hem wel even helpen. Als ik hem nou ondersteun, dan kan jij makkelijker de wonden schoonmaken en ze verbinden, want dan is hij in ieder geval van de muur af." Elina was ervan geschrokken, was ze zo bezig met alles tegelijk, dat ze zijn wonden vergat?! Gelukkig was Alwin er en wist hij hoe hij het moest aanpakken en kon ze toch nog een heel klein beetje helpen. Sam merkte er niets van, hij was door alles zo uitgeput dat hij gewoon doorsliep. Elina kreeg een idee. Ze vond het nog steeds akelig om hem hier alleen achter te laten. Zou zij hem ook kunnen dragen op haar rug? Ze kon het op z'n minst proberen.

De weg wist Elina niet. Toch liep ze met zekerheid richting Oblivios. De voorouders, de bomen, al het magische hielp haar nu om Oblivios te vinden. Ze wist zeker dat zij ook hen zouden helpen met de Firetree. Het kon niet anders. Af en toe keek ze naar de jongen naast haar, Alwin. Bij elke stap die hij zette, leek hij heel zeker te zijn van wat hij deed. Alsof hij alles aan kon, misschien voelde hij dat ook wel, maar daar twijfelde Elina aan. Nadat Alwin haar ontmoette in het paleis wist ze namelijk wel beter. Hij was toch in paniek, een beetje. Te begrijpen, maar hij was het wel. Hij durfde wel Elina aan te spreken. Moed had hij dus genoeg!

"Ik zal je wat vertellen over Catharina en Tempus. Wist je dat Catharina ook gewond is? Ondertussen gaat het wel al iets beter met haar, maar ze is nog steeds heel zwak. Sam en Tempus wilden haar allebei graag helpen. In de tijd dat Tempus Oblivios ging zoeken, ging ik mee. Sam was bij Catharina. Mijn anima Elette, een elfje, was voor Tempus een witte pioenroos aan het zoeken. Toen we aangekomen waren bij het paleis ben ik flauwgevallen. Tempus heeft me bij Catharina gebracht en Sam de opdracht gegeven om samen met mij naar Elette te gaan zoeken. Uiteindelijk hebben we haar gevonden. Ondertussen waren Tempus en Catharina naar het paleis gegaan. Daar waren ze een stuk veiliger." Elina wachtte even met praten, even op adem komen. "Toen wij daar kwamen, ging Sam eerst iedereen begroeten. Daarna ging hij zitten en viel vrijwel snel in slaap, niet zo gek als jij je bedenkt hoeveel energie hij nodig had voor de reis en in gedachte houd dat hij nog gewond was. Tempus ging weg met Catharina. Waarheen weet ik niet, al denk ik de witte pioenroos zoeken. Die heb ik niet meer gezocht. Oblivios kwam ook tevoorschijn en ging naar de Firetree. De voorouders hebben mij geroepen en gezegd dat daar mijn hulp nodig was. Als ik snel was kon ik nog met Oblivios meegaan. Oh Alwin, ik zal je wel even voorstellen aan Elette." In gedachten riep ze Elette. Het duurde wel even voordat ze er was.

In de verte zag Elina een man lopen. "Hé kijk, dat lijkt Oblivios wel." Na weer een paar meter verder te zijn, wist ze zeker dat het Oblivios was. "OBLIVIOS, OBLIVIOS!!" Hij leek niets te horen. Ze was buiten adem, Sam op haar rug was toch wel vermoeiend. Ze had bewondering voor hem, hij had haar heel de weg naar Elette gedragen en terug ook weer eens. Ze voelde hoe hij ademde.. Een tweede poging: "OBLIVIIIOOOOOSSS!!" Nu had hij hun gehoord. Hij stond stil, keek om, en zag haar lopen.

Sam

Sam
Ik ben een Ontdekker
Ontdekker
Sam merkte niet dat hij werd op getild en dat ze zijn wonden hadden verschoont. Toen hij naar een tijdje zijn ogen los deed zag hij dat hij niet meer in het Paleis was. 'Laat me los.'Mompelde Sam met een slaaperige stem. Sam merkte dat hij neer gezet werd. Hij keek omzich heen en zag een jongen bij Elina. 'Waar zijn we.'vroeg hij verbaast. Zeus was al wakker zo te zien. Toen pas zag hij dat hij verband om zijn wonden had. 'Wie heeft dat gedaan' vroeg Sam weer. Hij was nog steeds moe maar voelde zich al wat beter. 'Waar zijn Catharina en Tempus.' Zoekent keek Sam omzich heen. Hij zag allen maar een man die voor hen uit liep met zijn Anima.

Oblivios

Oblivios
Ik ben een Admin
Admin
Oblivios wilde net zijn lot tegemoet komen, het lot dat hij alleen met Ramess de Firetree moest bestrijden, totdat hij een enorm harde schreeuw van Elina. Hij bleef stokstijf staan en draaide zich in één snelle beweging om. Hij zag Elina, Alwin en die man Sam op Elina's rug. Oblivios wist niet wat hij van Sam moest denken, had hij nou Catharina voorgelogen of andersom? Hij wist het niet maar als het waar was dat hij de schuldigde was dan zou hij hem dat nooit vergeven. Op den duur vertraagde zijn pas. 'Wat zijn jullie van plan Elina? Jullie gaan toch niet weer die tunnels van het paleis in?' vroeg hij niet-wetend dat hij meegingen. Waarom zou hij dat ook moeten verwachten? Al enkele dagen hadden de meesten niet eens naar hem en de Firetree omgekeken.

Elina

Elina
Ik ben een Teacher
Teacher
Het eerste wat Sam zei, was dat hij losgelaten wilde worden. Het tweede wie het verband had gedaan. Als laatste dan waar Catharina en Tempus waren. 'Je bent lekker dankbaar, Sam' zei Elina met sarcas,e. 'Niet blij dat Alwin je schoon heeft gemaakt en verband om heeft gedaan, terwijl ik je ondersteunde? Niet blij dat ik je helemaal tot hier heb gedragen, omdat ik je niet alleen wilde achter laten? Geen dank hoor, het was helemaal niet zwaar, het ging zo gemakkelijk dat dragen. Ik was ook helemaal niet buiten adem. Waar Catharina en Tempus zijn, geen idee. Ze gingen weg. Ik denk de witte pioenroos zoeken, maar maak je geen zorgen. Tempus zorgt goed voor Catharina en trouwens zij heeft voor Tempus gekozen. Je moet Catharina nu loslaten, hoe moeilijk dat ook is.' Elina was moe, een beetje buiten adem en had last van haar rug. Zeuren deed ze niet, maar ze kon er niet tegen als iemand tegen haar ging zeuren. Een dankjewel had wel gemogen, als dat niet kon, dan niet, maar om te zeuren... Nee, daar kon ze niet tegen.

Toen ze bij Oblivios waren, vroeg hij meteen: 'Wat zijn jullie van plan, Elina? Jullie gaan toch niet weer die tunnels van het paleis in?' 'Hoi Oblivios, leuk je te zijn Wij gaan niet de tunnels in van het paleis, we lijken wel gek, al zijn we dat ook wel een beetje. Wij zijn natuurlijk hier om jou te helpen, wat denk je, we laten je toch niet alleen naar de Firetree gaan? Vrienden doen dat niet en ik denk dat je onze hulp wel kunt gebruiken.' Elina ging iets dichterbij Oblivios staan. In zijn oor zei Elina fluisterend: 'Niet zo onzeker zijn, er zijn altijd mensen die om je denken, om je geven en naar je omkijken. We zijn hier nu om JOU te helpen. Daar zijn vrienden voor. Samen kunnen we de Firetree wel aan.'

Sam

Sam
Ik ben een Ontdekker
Ontdekker
Sam keek Elina met op getrokken wenkbrauw aan. 'Hoe bedoel je dat ik ondankbaar ben. Ik vraag allen maar wat.' Zei Sam tegen haar. Sam's gezicht vertrok toen Elina zei dat Catharina voor Tempus had gekozen. 'Hoe bedoel je.'Vroeg hij zachtjes.
Hadden Catharina en Tempus wat. Nee dat kon niet anders dan had. shit dat meen je niet. Dacht Sam. Hij was helemaal door de war. Probeerde Tempus hem daarom wat aan te doen. Het kon niet dat Catharina en Tempus was hadden. O god wat hij gedaan. Sam keek omzich heen en begon heen en weer te lopen. Af en toe bleef hij even staan maar al snel liep hij weer verder. Het kon gewoon niet. Was het dan niet echt. Ze had hem terug gekust. Nee Elina liegt. Sam keek Elina aan met een blik dat aantoonde de hij haar niet vertrouwde. Sam kon zich zelf wel voor de kop slaan. Maar dat kwam later wel. Hij moest zijn gedachtes aan de kant zetten en mee helpen met de Firetree. Plots bleef Sam staan.. 'Hoe gaan we de Firetree aan pakken.'
Vroeg Sam aan niemand in het bijzonder.

Tempus

Tempus
Ik ben een Admin
Admin
Firetree: Vernietiging van het Magistrerium. - Pagina 4 2797642614
De wind golfde terwijl Dusty in zijn snelste pas door de bossen heen rende achter Elina, Sam, Oblivios en Alwin aan. Hij zou met hen meegaan naar de Firetree, en ze zouden Tempus zien wanneer hij er klaar voor was. Eerst moesten hij en Cath de sleutel vinden. De ware sleutel tot de vernietiging van de Firetree. De boom die alleen het slechte wil in de mens en om zich heen. Het slechte dat niet in Thin Place is, en al helemaal niet in de liefde tussen Cath en Tempus. Liefde en Geluk. Daar kon de boom niet tegen.

''Heey, wacht loop niet te hard, ik ga met jullie mee'', riep Dusty vanaf een afstand.
Hij sneed hen de pas af, en ging abrupt voor hen staan. Hij trok een brede grimas en hijgde uit met zijn tong uit zijn bek. ''We gaan naar de Firetree, en welnu''
Dusty keek Oblivios aan die blij leek met wat manschap om zich heen. ''De strijd in Claps lijkt voorbij. Diadorah is uitgeschakeld en de meeste mensen zijn alweer uit elkaar gedreven. Volgens mij zijn wij de enige die nu naar de Firetree gaan, maar alleen kun je dat niet Oblivios. Eenzaamheid en angst drijft je vaak tot waanzin, en daarmee help je de Firetree juist. Het kan niet tegen de kracht van geluk, vriendschap en liefde. Het voedt zich juist met ruzies en onheil en oorlog, zoals dat moment in Claps. Tempus en ik hebben ons terugetrokken om te kijken wat de Firetree deed, en het laadde zich blijkbaar op met de negatieve energie om zich heen. En daardoor stoot hij meer stof uit, en maakt meer bomen ziek. Maar we zitten nu in een strijd terug. Wij gaan naar de Firetree, en bestrijden hem van binnenuit. En Tempus en Lady Catharina zijn nu al bezig met het terugdringen van het stof vanuit Thin Place.
Volgens geleerden in het Magisterium is het stof nu al meters terugetrokken en Lihual en Porana zijn alweer vrij van het stof. Ondertussen trekt het stof zich terug over de Cynops Zee, opweg naar het vaste land. We komen weer terug. Dust komt weer terug''
Dusty was zo opgewonden dat hij alles heel snel wilde vertellen. Toen keek hij met een schuin oog naar Sam die zat te ijsberen. Ergens voelde hij medelijden met hem, maar hij had toch een brief gekregen met daarin het feit dat Cath en Tempus bij elkaar hoorden. Waarom heeft hij dat genegeerd. Waarom ging hij alsnog zo met Cath om, die op dat moment al zo vatbaar was voor liefde.

Alwin

Alwin
Ik ben een Bekende Burger
Bekende Burger
Alwin keek naar de man die wakker werd. Hij had hem verband om gedaan, maar hij was er niet dankbaar voor. ''Ik heb je verzorgd, zei hij terwijl hij dan man bekeek. Wat was hij chagerijnig. Hij wilde toch alleen maar helpen.
Toen Alwin Oblivios zag, begon hij sneller te rennen, en vloog zijn vriend blij in de armen. ''Daar ben je, ik had je gezocht. Ik dacht dat je zonder mij weg was gegaan. Ik ga je helpen hoor''
Alwin was blij dat er weer een bekend iemand was. Nu moest hij alleen Tempus Lady Catharina Abigail en Melodie nog vinden. Gelukkig hoorde hij dat Tempus en Lady Catharina bij elkaar waren en hij ze straks weer zou zien.
Alwin aaide Ramess over zijn hoofd en klom toen van Oblivios af en ging serieus voor hem staan. ''We moeten die Firetree weg hebben'' zei hij. ''Hoe gaan we dat doen''
Alwin luisterde naar het verhaal van Dusty, maar had geen idee wat ze moesten doen. Eerst moesten ze ervoor zorgen dat ze überhaubt bij de Firetree zouden komen, dat was al moeilijk.
Alwin aaide Salva over zijn kop en dacht diep na. De Firetree kon niet tegen blijdschap. Misschien moesten ze iets doen wat heel veel blijdschap en geluk in zich had. Een Feest.
Alwin dacht terug aan de mooie tijden van het Lentefeest. Dat was zo gezellig geweest. Misschien als ze nu weer een vreugdefeest zouden doen dat dat zou helpen de Firetree weg te krijgen. Ze moesten toch iets.

Lucifer

Lucifer
Ik ben een Avonturier
Avonturier
Lucifer had toegekeken naar wat er gebeurde nadat hij Lady Catharina bij het kind neer had gelegd, maar wat er was gebeurd had hem geschokt. Ondanks de zwakte van de vrouw die bijna doodging, kon ze door haar wil haar lichaam bewegen als Domina. Hij had nooit geweten wat voor wilskracht en innerlijke kracht een domina moest hebben om te kunnen bestaan. Hij had gehoord dat haar moeder zich ook zo had verzet tegen haar aanvallers. Ze was dodelijk gewond, maar had de kracht gehad met haar wil om zich op te richten en haar man kalm te laten sterven. Zelfs terwijl de kleur van haar gezicht verdween, was ze liefdevol en keek ze slechts met verdriet toe naar haar aanvaller. Ze had hem toegeknikt, wist dat het goed was wat hij had gedaan. Ze vergaf hem voor de wraak die hij nu had geleverd. Daarna was ze rustig gaan liggen, had haar ogen gesloten en was overleden. Lucifer had Lavinia vastgepakt en tegen zich aangedrukt en keek toe naar wat er gebeurde. De ijselijke gil zorgde voor kippenvel bij hem en eigenlijk werd zijn blik enigszins bezorgd. Het was en bleef een vrouw die er in Dustnaam goed uitzag. Het was niet om aan te zien hoe haar lichaam was toegetakeld door de wonden en de bloedingen die het ooit witte verband hadden veranderd in iets bruins. En toen gebeurde het wat de echte wil van de Domina liet zien. Ze stak haar arm die ze niet kon gebruiken zonder moeite op terwijl ze de naam van haar anima schreeuwde en even leek het alsof alles stilstond. Het ene moment stond hij hier gewoon op aarde en het volgende moment waren ze in een compleet andere wereld. Het was maar enkele seconden iedere keer. Hij keek naar het gras dat mee bewoog op de veranderingen. Het zag eruit als een hartenklop. Bij de eerste klop zaten ze in een andere wereld en bij de tweede waren ze terug in de wereld die ze kenden. Zijn aandacht ging naar de vrouw die op de grond lag en zag hoe ze bijna helemaal grijs was geworden en merkte toen pas de twee vrouwen op. De vrouwen die begonnen te spreken en de jongen die bij de vrouw was gaan zitten. Zodra Lucifer de woorden hoorde die de oudere vrouw geschokt tegen de jongere zei, wist hij dat het tijd was om te gaan. Er zouden hier nu dingen gaan gebeuren. Met een vliegensvlugge beweging liet hij Lavinia los om haar vast te pakken en op te tillen terwijl hij floot en enkele bevelen schreeuwde naar de mensen die met Lavinia mee waren gegaan. ‘Espe. Terug. NU!’, schreeuwde hij haar toe voordat hij ervandoor ging. Na een tijd rennen zag hij een open plek met een klein beekje en stopte daar om op de grond te zakken. Hij sloot even zijn ogen en wreef over de achterkant van zijn nek voordat hij opkeek en naar zijn lieve vrouw keek. Hij had haar gemist en nu de adrenaline van het gevecht week, kon hij niets anders dan weer al zijn aandacht voor haar hebben. Hij trok haar zonder waarschuwing naar beneden en zoende haar waar de rest bij was. Het kon hem niets schelen dat ze ongemakkelijk schraapten met hun keel en wegdraaiden om hen privacy te geven. Hij had Lavinia meer dan drie maanden niet gezien en hij had haar gemist. Zijn handen gingen door haar haren en streelden haar zacht. Toen merkte hij op wat ze in haar haren had en fronste waardoor hij zich terugtrok om haar aan te kijken. Zijn blik gleed naar haar haren waar hij een tiara zag zitten, maar wat hem het meest bezorgde was het zien van haar gezicht. Hij glimlachte niet meer, zijn gezicht stond strak terwijl hij nu ineens alles zag. Toen hij zijn blik eindelijk weer in de hare richtte, vroeg hij haar woordeloos wat er aan de hand was en wat er was gebeurd. Want dat er iets verschrikkelijks was gebeurd dat was duidelijk te zien. Toen zuchtte hij en stond op zonder op haar antwoord te wachten. Hij liep naar een van de mannen en zei dat hij de omgeving in de gaten moest gaan houden en kamp moest gaan maken voor vannacht. Ze zouden vandaag nergens meer naartoe gaan. Terwijl de anderen zich haasten om de Firetree tegen te gaan, zou hij Lavinia uithoren en zelf uitrusten zodat ze morgen verfrist weer verder konden. Lucifer liep daarna naar het water en trok zijn bebloede shirt en jack uit en zijn leren laarzen. Hij legde alles aan de kant en rolde zijn broek op waarna hij aan de kant ging en zich ging wassen. Hij boog zich en liet zijn armen rusten op zijn knieën. Het duurde even, maar uiteindelijk zuchtte hij en draaide zich naar zijn geliefde om. ‘Het spijt me Lavinia. Het is gewoon dat ik zolang je heb moeten missen dat ik nu even aan je moet wennen denk ik. Kom hier mijn lieve, prachtige wonderschoonste en gevaarlijke vrouw.’ Hij glimlachte voorzichtig en hield zijn armen uit om haar daarin te kunnen trekken en haar lichte rozengeur weer te ruiken. De geur die hem bedwelmde en waardoor hij altijd heerlijk zou kunnen slapen. ‘Morgen gaan we verder lieverd.’, murmelde hij daarna zachtjes in haar oor.
:Anima Tell:
Pleoh hoorde het gefluit van zijn wederhelft en de schreeuw naar Espe. Blijkbaar wilde ze nog niet gaan, maar hij rende op haar af en gromde haar toe dat ze moest gaan. Hij beet haar lichtjes in haar flank om haar aan te sporen sneller te rennen. Ze kon veel sneller dan dit en dat wist hij. Hij rende haar voorbij om haar nog meer aan te sporen. Hij bleef echter wel achterom kijken om te zien of ze hem bijhield en hij gromde zachtjes totdat hij de plaats vond waar Lucifer en Lavinia al waren. Hij stopte en liep voorzichtig iets uit waarna hij op de grond ging zitten. Hij wachtte totdat Espe bij hem was en gaf haar een lik over haar neus waarna hij zijn kop tegen de hare aanlegde en kalm begon te knabbelen op een stukje van haar vacht. Hij zorgde ervoor dat hij haar zo weinig mogelijk pijn deed al was het bij haar moeilijk om haar geen pijn te doen. Pleoh was benieuwd of het hen al gelukt was hun pijngrens iets omhoog te krijgen. Hij voelde zich niet fijn als hij eraan dacht dat ze al bij het minste of geringste samen neer konden vallen.

Oblivios

Oblivios
Ik ben een Admin
Admin
Oblivios was blij met de mensen die hem hielpen en om het gaven. 'Bedankt allemaal, dit waardeer ik zeer.' wist hij eerst alleen maar uit te brengen. Hij moest dit even op zich laten inwerken. Opeens sprong Alwin tegen hem op en Oblivios gaf ook hem een knuffel, zoals de manier waarop mannen dat doen natuurlijk. Oblivios knikte op de woorden van Alwin. 'Blijdschap en licht zijn waarschijnlijk zijn zwakte. We hebben eigenlijk spiegels nodig om het zonlicht op de Firetree te weerkaatsen.' zei hij nu serieus. Oblivios aaide ook even Dusty over zijn hoofd om hem te bedanken voor de uitleg. 'Ik ben blij dat het stof nu weg waait. Daarom moeten we nu onze kans grijpen. We zullen denk ik ook de hoofdstengel, het hart van de boom, moeten doorsnijden, dan zal de Firetree vallen.' antwoordde hij. Toen keek hij naar Elina. 'En ook al ken ik je nauwelijks, ik wil je alvast bedanken dat je me meehelpt.' zei hij met een zachtaardige grijns. 'Kom op jongens, we gaan!' zei hij daarna vol goede moed, en blij dat er mensen waren die hem hielpen.

Elina

Elina
Ik ben een Teacher
Teacher
Elina keek Sam aan. 'Sorry, je hebt gelijk. Ik ben niet helemaal in een goed humeur. Het was gewoon erg jammer dat je niet bedankte en alleen maar vragen stelde.' Sam begon te ijsberen nadat ze had gezegd dat Catharina voor Tempus had gekozen. Dat wist hij toch al?!

Elina liep naar Sam toe en legde haar hand op zijn schouder. 'Het spijt me, maar ik dacht dat je het al wist. Catharina koos niet voor jou, maar voor Tempus. Ik lieg niet tegen je, waarom zou ik? Ik doe je dan nog meer pijn dan nodig is en ik wil je geen pijn doen. Het komt goed, echt waar. Probeer haar uit je hoofd te zetten, denk aan iets anders. Kijk me eens aan.' Elina zag de tranen als een waas voor zijn ogen, of verbeelde ze zich dat? Ze had medelijden met hem. Het liefst zou ze alle pijnlijke dingen weghalen, schrappen uit de geschiedenis, maar dat kon ze niet. Het enige wat ze kon, was er voor hem zijn. Ze sloeg haar armen om hem heen, vriendschappelijk. Zachtjes fluisterde ze in zijn oor: 'Soms valt alles tegen, is er geen positief punt. Soms lijkt het alsof er alleen maar dreigende donkere wolken om je heen zijn. Onthoud dat achter de wolken de zon altijd schijnt.' Heel even wachtte ze voordat ze verder praatte. 'Het komt allemaal wel goed.' Daarna liet ze hem los. Ze hoopte dat Sam haar zal volgen en weer bij de rest kwam staan.

Ze liep naar de rest waar ze zag dat Alwin Oblivios had gezien. Dit moment.. Alwins ogen begonnen te stralen, hij vloog op hem af. Hij miste bekende mensen om hem heen. Elina had wel geprobeerd er voor te zorgen dat hij zich op zijn gemak voelde. Ze had daarom ook alles verteld. Ze merkte ook dat zij zelf een klein beetje begon te stralen toen Alwin Oblivios omhelsde. In zichzelf voelde ze een gevoel alsof ze moest zorgen voor Alwin. Hem moest beschermen, zoiets. Een soort moedergevoel?! Alwin was niet eens haar kind, ook al had ze het idee dat ze hem ergens van kende, heel ver weg. Ze wist niet hoe het met Alwins ouders zat, zou ze er naar vragen?

Oblivios bedankte haar. HIJ bedankte HAAR. Goh, dat had ze niet verwacht. Vaak gaan mensen er maar vanuit dat ze wel helpt. Ze was blij dat ze ging helpen en dat Alwin haar was tegengekomen en dat zij hem en Sam mee had genomen naar Oblivios. Simpel, maar een paar woorden, het dankjewel. Die woorden deden haar zoveel goed. Stiekem was Elina zelfs een beetje van haar stuk gebracht. Ze lachte naar Oblivios. 'Geen dank Oblivios.'

Ze liepen met z'n allen verder. Elina begon een beetje te neuriën. Dat had ze al een hele tijd niet gedaan, zingen ook al niet. Ze hield van zingen en alles van muziek. Het is niet goed om op te scheppen, maar Elina hoorde regelmatig van mensen om haar heen dat ze goed kon zingen, ook erg zuiver. Ze miste het wel, zou ze gewoon gaan zingen hier? Terwijl ze tussen mensen liep die ze niet heel erg goed kende? Toch voelde deze groep heel vertrouwd. Ze voelde zich op haar gemak. Uiteindelijk besloot ze om gewoon te doen wat ze zelf wilde, zichzelf te blijven. Daarom begon ze dus te zingen, niet hard, heel bescheiden. Een soort achtergrond muziekje terwijl ze naar de Firetree gaan. Heerlijk, zelfs het bescheiden zingen deed haar goed.

Sam

Sam
Ik ben een Ontdekker
Ontdekker
Sam hoorde niet echt wat Dusty zei. Allen dat de boom niet tegen geluk, vriendschap en liefde kon. Sam voelde plost armen omzich heen. Hij trok zich los maar luisterde toch naar de woorden van Elina. Sam liep achter Elina aan maar bleef een eindje uit de buurt van de andere.

Firetree: Vernietiging van het Magistrerium. - Pagina 4 2797642614
Zeus daar in tegen stond rustig bij de andere en deed net of er niks aan de hand was. Toch keek hij soms bezorgt naar Sam. Hij vroeg zich af wat Elina tegen hem had gezegt. Maar Zeus wist dat hij nu er niet over moest beginnen. Zeus liep naar Alwin toe en keek hem aan. 'Sorry voor het gedrag van mijn wederhelf hij is er niet echt bij met zijn gedachtes. Hij is je heel erg dankbaar.'Zei Zeus zachtjes tegen Alwin.
-Sorry weet even niks-

Diadorah

Diadorah
Ik ben een Avonturier
Avonturier
Diadorah was wakker geworden, maar haar Anima was kwijt. nergens kon ze Civilis vinden. Was hij nog wel bij bewust zijn. Ze voelde zich er leeg door.
Met kleine slome passen liep Diadorah voetstappen achterna. Na een tijdje zag ze daar Mensen lopen. Alwin, Oblivios, haar grote vriend, Sam, Elina, Dusty. Ze waren er allemaal. Nu zou ze hen krijgen. Ze zou hen eindelijk laten weten wat ze kon. Diadorah was er weer. Haar hart klopte als een bezetene en met al haar kracht begon ze te rennen. Twee grootste vijanden zouden nu het onderspit delven, met het Gif van de Firetree. Ze had twee armen waarmee ze het kon doen. In een vliegensvlugge beweging haalde ze uit naar de twee mensen, die dit gif moesten krijgen. Een verlammed gif, afkomstig uit het Firetree stof die mensen letterlijk verlamde. Ze had het in twee ijspegels gestopt, en zou er twee mensen mee prikken. Allebij tegelijk. Deze mensen zouden gelijk knock out gaan, en niet meer kunnen lopen, alleen praten. Zelfs hun knipperreflex zou niet meer werken.

Diadorah stoof op de nietsvermoedende mensen af. In een handomdraai stak ze de beide ijspegels in de lichamen. De oude man met de vuurvogel, genaamd Oblivios was haar eerste prooi, ze zag iets van schrik in zijn blik. De andere zou pure wraak zijn. Diadorah keek toe hoe de schrik af te lezen viel op het gezicht van het elfje toen haar wederhelft Elina werd gestoken door het gif. Algauw hoorde Diadorah dreunen van vallende verlamde mensen.
Nu moest Diadorah maken dat ze wegkwam. Dit was een van de gevaarlijkste daden die ze had verricht, en ze moest nu haar Firetree beschermen. Kostte wat het kost. Ze keek naar Sam en de geschokte Alwin, en Dusty. Ja, kijk maar. Dit is de wraak voor wat jullie me al mijn hele leven hebben aangedaan. En het is nog maar het begin.

Elina

Elina
Ik ben een Teacher
Teacher
:Anima Tell: Daar lag Elina dan, op de grond en alleen maar in staat om te praten. Elette zag het. Ze kreeg tranen in haar ogen. Elette keek naar de mensen die overgebleven waren. Alwain, Sam, Dusty en hun wederhelften, op Dusty na dan. 'Alwin, jij bent toch goed met drankjes? Kan jij niet iets geven waardoor ze beter worden?' Hulpzoekend keek ze iedereen aan. 'Heeft iemand enig idee? Hoe gaan we dit toch doen? We kunnen ze hier niet samen achterlaten. Zo kunnen we de Firetree nooit verslaan. Is er niet iemand van Caelos die contact kan zoeken met de voorouders of met de bomen of weet ik veel wat?! Er moet toch iets zijn?' Elette vloog heel de tijd om iedereen heen terwijl ze de vragen afvuurde. Elette was helemaal uit haar doen. Eigenlijk voelde ze zich schuldig, ook al kon ze dit niet voorkomen. Diadorah had het gewoon op Elina voorzien. Elette zakte naar beneden en ze landde. Naast Elina ging ze zitten. Ze pakte haar hand en keek met betraande ogen naar haar. 'Het komt wel goed.'

Oblivios

Oblivios
Ik ben een Admin
Admin
Oblivios schrok maar kreeg ook pure haat in zijn ogen toen hij Diadorah zag. Ze gooide ijsspegels, maar die waren helemaal verkleurd naar paars, vermoedelijk gif. Er werd er één naar hem gegooid maar wonder boven wonder kwam en een wortelschild uit het niet om hem heen. De bomen sloegen de pegel weg en die ketste rechtstreeks terug naar Diadorah, Oblivios hoopte dat het ding haar zou raken. Elina was echter wel geraakt, en Oblivios riep onmiddelijk de bomen op. 'Beste bomen van Claps, luister naar de woorden van de Dextera van de Caelos clan, ik dank jullie voor jullie bescherming tegen de aanval van het kwade, maar Elina is geraakt, daarom vraag ik jullie om een helend schild rond haar te maken, zodat we Firetree kunnen laten stoppen met dood zaaien.' zei hij soms op een nogal dramatische toon. Maar Oblivios was het zat. De ijspegel had Diadorah vermoedelijk niet geraakt en al zou de pegel dat toch doen het zou haar vast niet veel deren, zij was toch al slecht. Maar Oblivios kropte samen met Ramess veel woede bij elkaar, die zich uiteindelijk uitte in een enorme bal van energie. Een lichtgevende gele bal met vlammen eromheen. En het was nog niet zo'n kleine ook. Hij was zo groot als de ballon van een luchtballon. Na enkele seconden schoten Oblivios en Ramess het gevaarte naar de slechte aanvalster. 'Moge dit helpen haar uit de weg te ruimen!!' zei een goddelijke stem, het waren de stemmen van de bomen, Oblivios en Ramess gecombineerd. Nadat de vuurbal was weggeschoten keerden Oblivios en Ramess weer terug op de grond, ze hadden enkele seconden in de lucht gezweefd. Oblivios vroeg zich af of Diadroah nu eindelijk eieren voor haar geld zou kiezen, in plaats van hun dwars te zitten.

Sam

Sam
Ik ben een Ontdekker
Ontdekker
Sam zag plots iets in zijn ooghoeken. Hij keek om en zag Diadorah. Verbaast keek Sam toe naar wat er gebeurde. Hoe durfte ze. Om hen dat te doen. Sam wist even niet wat hij moest doen. Hij moest ze helpen. Sam zag Diadorah weg gaan. Hij moest en zal naar haar toe moeten gaan. 'Hey Diadorah wacht even.'Riep hij uit. Sam liep rustig naar haar toe. Met een vriendelijke blik liep hij op haar af. Toen hij dicht genoeg in haar buurt was nam hij een sprint. Sloeg zijn warme armen om haar heen en tilde haar op. 'Wat ben jij van plan te doen.'Siste hij in haar oor. Sam liep weer terug met Diadorah in zijn armen. Hij hield haar stevig vast zo dat ze niet weg kon komen. 'Zeus zoek naar een stuk touw.' Riep Sam. Al snel was Zeus weg. Het duurde even voor dat Zeus terug kwam. Maar naar een tijdje kwam Zeus weer met drie stukken touw. Sam liet Diadorah los maar hij was snel en al snel zat het touw stevig om haar polsen heen. Met het andere stuk touw maakte hij zijn enkel vast met de hare. Zo dat als Diadorah's polsen los kwam ze nog altijd vast zat. Sam pakte haar stevig bij haar armen. 'Hoe maak je ze weer beter.'Vroeg hij haar.

Gesponsorde inhoud


Ik ben een

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven Bericht [Pagina 4 van 5]

Ga naar pagina : Vorige  1, 2, 3, 4, 5  Volgende

Permissies van dit forum: Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum