Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down Bericht [Pagina 1 van 1]

1 Finally, a city! op ma aug 27, 2012 6:55 pm

Evolet

avatar
Ik ben een Ontdekker
Ontdekker
Evolet keek bewonderend om zich heen. Overal waar haar ogen heen gleden zag ze marktkramen en mensen lopen, ideaal vond Evolet! Devil hing hoog boven de stad en zijn donkerbruine ogen alles nauwlettend in de gaten. Zijn ogen rustten vooral op Evolet zelf, om te kijken of ze wel een beetje uit de problemen bleef, zo veel mogelijk in ieder geval, en dat als ze toch in de problemen zou raken dat hij op tijd kon gaan helpen. Niet dat dat meestal nodig was of enigsinds het geval leek te zijn maar toch. Hij was heel erg gesteld op haar, meer dan hij ooit toe zou geven, zelfs al was hij haar Anima. Als klein valkje had ze hem gered uit een fontijn en hem mee naar huis genomen, wat hem deed rillen als hij ook maar aan zwemmen moest denken. Evolet liep ondertussen gewoon door en hield Devil een beetje buiten haar hoofd. Ze vond het leuk om alles met hem te delen maar in een dichtbevolkte stad als deze moest ze haar hoofd er wel goed bij kunnen houden! Ze liep met flinke passen door de menigte heen. Haar donkerbruine haren dansten om haar hoofd heen en haar felblauwe ogen schenen er onder door. Ze had haar gebruikelijke outfit aan; een wat lossere leren broek met een witte blouse en leren vest. De broek wat bijna net zo donkerbruin als haar haar, haar blouse zat lekker los om haar heen en viel flatteus om haar heen. Haar leren vest was een stuk lichter dan haar broek en had geen mouwen waardoor ze haar handen en armen goed kon bewegen. Ook had ze haar vest niet dichtgedaan waardoor ook deze met haar bewegingen mee vloog. Daaronder een paar laarzen, haar riem met dolk om haar heupen heen, pijlenkoker en boog om haar schouder.. Ja, erg opvallend was ze misschien niet maar ze was zeker wel goed uitgerust. Velen dagen in de bossen had haar en ook zeker Devil goed gedaan maar terug in de stad vond ze zelf geweldig. Ze kon nu haar inkopen in ieder geval alvast doen en ze had zichzelf eventjes terug al grondig gewassen zodat ze niet als een os stonk wanneer ze weer terug onder de mensen kwam.
Een paar mensen volgde ze met haar ogen maar ze liet zichzelf deze keer niet los. Ze ging hier niet doen wat ze meestal deed, stelen. Daarvoor was ze niet hier, ze was nog steeds op haar grote avontuur. Haar avontuur dat helemaal nergens ophield, dat had ze zichzelf voorgenomen. Haar voeten liepen zachtjes maar snel richting een kraampje met mooie dolken. Haar oude was behoorlijk bot, al was dat het probleem niet, het probleem was het heft. De dolk betekende veel voor haar dus weg zou ze hem nooit doen, maar het was tijd dat ze eens wat nieuwers ging kopen om haar nieuwe zelf eens te belonen en te vieren. Bij het kraampje stopte ze en inspecteerde alle heften zorgvuldig. Een zeker dolkje stal al haar aandacht. Het was heel mooi en zeker vlijmscherp maar het heft was zo.. uniek. Met andere woorden kon ze het niet beschrijven. Sierlijke letters en tekeningen waren gegraveerd en het hout was zacht om vast te houden. Ze grinnikte. "Hoe veel kost deze?" vroeg ze aan de man achter de kraam terwijl ze de dolk omhoog hield. De man zei iets wat ze zelf veel te veel vond om voor een dolk te betalen en handelde wat met hem totdat ze eindelijk de prijs omlaag kreeg. Voor deze ene keer betaalde ze de prijs ook echt, waarna ze de dolk verborg in haar vest en doorliep. Zo veel mensen en ze kreeg het gewoon voor elkaar om niet tegen een enkele per ongeluk aan te botsen en iets weg te kapen, wat haar gierige vingers maar al te graag wilden doen. Maar ze was nu niet dat kleine meisje meer, ze was mentaal volgroeid al had ze nog veel te leren. Ze schudde haar hoofd en checkte haar buidel met geld. Nog eens keek ze omhoog en floot Devil naar zich toe met een heel hoog fluitje net door haar tanden heen. De valk vloog met ongehoorde snelheid op haar af en remde net op tijd af, zoals hij altijd deed, en landde op haar linker schouder waar ze haar bontje had. Drie dikke lagen bont die ze om haar schouder heen had geknoopt en elke dag opnieuw omdeed waar Devil zijn klauwen lekker in kon laten zinken zodat hij goed kon blijven zitten maar haar geen pijn deed. Samen liepen ze voort, door de mensenmassa heen.

-alleen Breandán Razz

2 Re: Finally, a city! op ma aug 27, 2012 8:45 pm

Breandán

avatar
Ik ben een Rookie
Rookie
Met een luie geeuw rekte Breandán zich uit. Zijn botten kraakten en zijn armen leken wel drie keer zo lang te worden als toen hij net zijn ogen had geopend. Nadat zijn lichaam weer lekker zat, zakte hij ietwat in elkaar en slikte een keer om zijn vieze ochtendsmaak uit z’n mond te halen. Bran was hier nu ongeveer drie dagen, hij wist het niet meer precies, sinds hij het ouderlijk huis had verlaten en Faith had ontmoet. Hij glimlachte even bij al die herinneringen, vooral bij die laatste en stapte toen zijn bed uit. Eenmaal in Sarania aangekomen was hij nog met het gemaskerde meisje geweest, maar nu was hij even alleen. De afgelopen nachten had hij doorgebracht in een goedkope herberg. Dat het goedkoop was viel aan van alles te merken maar het was goed genoeg de Ier. De mensen waren vriendelijk en het bed sliep goed. Het enige wat hem absoluut niet beviel was het bier dat niet te zuipen was. Breandán was dan ook de stevige Ierse drank gewend en niet deze half water drank. Toch had hij het hier naar zijn zin, maar het geld groeide Breandán niet op de rug en zijn gastheer moest ook nog betaald worden. Waarschijnlijk zou Breandán binnenkort wel weer verder trekken, op zoek naar avontuur, maar hij zou dit goed afhandelen. Hij besloot dat het maar eens tijd werd om wat te gaan doen.

Breandán stapte naar buiten en werd gelijk verwelkomd door de stadse geluiden van Sarania. Hij had nog lang niet alles gezien, maar wist precies waar hij vandaag heen moest. Op de markt was hij dan misschien wel eerder geweest, hij had er naast zich weer eens vol in te slaan ook een nieuwe vriend, TsjokTsjar, ontmoet. De jongen heette niet echt TsjokTsjar, maar zo wilde hij nou eenmaal graag genoemd worden. Iets wat Breandán vreemd vond. Een naam moest je verdienen, niet jezelf toebedelen, maar ondanks dat was het een leuke gast en hij had Bran al heel wat verteld en laten zien. De voornamelijkste reden dat hij naar de markt ging was toch niet zijn vriend, nee, Breandán wist precies hoe hij daar aan het geld moest komen.
De geur van versgebakken broden en vis die zo uit de havens kwam vertelde Breandán dat hij dichtbij de markt was voordat hij hem nog maar kon zien. De markt was groot, veel groter dan ze ‘winkelstraat’ in Luaitrigh waar hij zelf had gewoond en hij vond het prachtig. De vorige keer dat Bran er was geweest had hij zichzelf getrakteerd op een locale lekkernij en die was hem zeker wel bevallen, misschien dat hij nu ook weer.. Nee, dat kon niet! Hij moest genoeg geld bij elkaar zien te sprokkelen om én de herbergier en zijn vrouw te betalen én genoeg op zak te hebben voor zijn voortgaande reis. Hij had nu onderhand wel genoeg rustdagen gehad naar zijn maar paar dagen durende zoektocht naar Sarania. Breandán’s gouden ogen flikkerden even om zich heen op zoek naar die ene man. Ze glansen toen hij hem gevonden had en een mondhoek trok zich omhoog waardoor er ene scheef grijnsje op Bran’s gezicht ontstond. Een arme, zwervende zanger die voor wat groter publiek wilde spelen zat eenzaam op een trapje. Zijn luit hing in zijn handen en werd triest bespeeld. Breandán had de man op z’n vorige bezoek aan de markt al eens gezien en met hem gesproken. Hij had niet echt een naam, maar werd door de meesten hier ‘Valse Hendri’ genoemd. De man kon wel spelen, maar gewoon niet zingen en had niemand gevonden die hem had willen steunen. Toch was het zijn droom om hier wat bekender te worden en niet zichzelf zijn glimlach weer terug te schenken, maar ook een glimlach op de gezichten van anderen te toveren. Tot nu toe was hij daar nog niet erg succesvol in. Tot nu toe ja…
Breandán zocht diep in zijn zak en vond nog een groot, gouden muntstuk. Hij hield het in zijn hand en ging recht voor de man staan. Bran zette zijn beide handen op zijn heupen en glimlachte ontdeugend.
‘Hey, oude man!’
De oude zwerver keek op en stopte even met zijn luit te bespelen. Zijn verloren ogen keken hem verveeld aan en zijn mond hing maar slap omlaag, maar Breandán liet zich niet meeslepen. Hij gooide het muntstuk in de man zijn oude pet en bleef maar grijnzen.
‘Lord of the Dance, le do thoil*!’
Een glimlachje ontstond op zijn gezicht. Hij wilde de vrolijke jongeheer een goede dag bezorgen en begon wat opgewekter te spelen. Breandán gooide zijn wapens en andere zware dingen af en begon in zijn handen te klappen. Hij keek ondertussen om zich heen om te proberen met oogcontact mensen hier te houden. Zijn eeuwige, vrolijke glimlach verliet hem zoals altijd niet en toen de luit de aangevende noot speelde, begon Breandán zijn lied te zingen.

“I danced in the morning
When the world was young,
And I danced in the moon
And the stars and the sun,
And I came down from heaven
And I danced on the earth,
At Bethlehem
I had my birth.

Dance, then, wherever you may be,
I am the Lord of the Dance, said he,
And I'll lead you all, wherever you may be,
And I'll lead you all in the Dance, said he.”

Breandán zong en zijn Ierse accent kwam zo duidelijk naar voren in dit van oudsher Ierse nummer. Hij danste en klapte, pakte af een toe iemands hand vast en trok diegene naar voren om met hem of haar, maar vooral met haar, verder te dansen. Steeds meer mensen kwamen ook spontaan mee dansen, maar ze bleef allemaal toch wel in een kring om Breandán heen staan zodat hij in het middelpunt bleef staan. Ondertussen was “Valse Hendri” opgestaan en begon terwijl hij zijn luit steeds enthousiaster begon te spelen ook mee te dansen. Iemand die toevallig een fluit op zak had begon zelfs mee te fluiten en ergens anders speelde ook nog een vrolijke viool mee.

“I danced for the scribe
And the pharisee,
But they would not dance
And they wouldn't follow me.
I danced for the fishermen,
For James and John
They came with me
So the Dance went on.

Dance, then, wherever you may be,
I am the Lord of the Dance, said he,
And I'll lead you all, wherever you may be,
And I'll lead you all in the Dance, said he"

Breandán zong ondertussen vrolijk door en deed zijn dansrondje langs de stilstaande menigte weer. Opeens werd zijn aandacht getrokken door twee felblauwe ogen en hij wist wie zijn nieuwe, tijdelijke danspartner zou worden. Zonder flauw te doen pakte hij de hand van het meisje vast en trok haar naar zich toe zodat hun buiken elkaar zouden raken.
‘Hallo, Súile Gorm**. Shall I lead you in the Dance?’
Zijn gouden ogen stonden ietwat ontdeugend, maar dat verdween al snel toen hij het meisje verder terug de cirkel in mee nam en daar met haar verder danste. Breandán danste uitbundig, vrolijk en vol plezier. Vaak liet hij het vreemde meisje los zodat ze een rondje kon draaien of zodat hij een nieuwe partner kon pakken. Vanuit zijn ooghoek viel het Breandán al snel op dat zelfs Henri al belaagd werd door een meisje dat hem graag mee zou willen nemen de dansvloer op, maar hij bleef bij zijn taak als luitist en de muziek ging maar door. Ondertussen stopte ook Breandán niet met zijn liedje.

"I danced on the Sabbath
And I cured the lame;
The holy people
Said it was a shame.
They whipped and they stripped
And they hung me on high,
And they left me there
On the Cross to die.

Dance, then, wherever you may be,
I am the Lord of the Dance, said he,
And I'll lead you all, wherever you may be,
And I'll lead you all in the Dance, said he"

De cirkel werd steeds voller totdat Breandán geen spotlight meer had en iedereen gewoon door elkaar heen danste. Een vreemd meisje dat duidelijk veel ouder was dan hem hing opeens om zijn schouders. Ach ja, zijn uiterlijk bleef nou eenmaal bedriegend.. Beleefd duwde hij haar van zich af en hij sprong veilig op een stoel waar hij bleef zingen en dansen. Opeens viel het hem op dat er zelfs al drank geschonken werd en een vriendelijk iemand hield opeens een pint voor zijn neus. Na een vriendelijk bedankje nam Bran het aan en verkoelde zijn droge keel. Hij veegde het schuim van zijn mond en ging gewoon weer verder.

"I danced on a Friday
When the sky turned black
It's hard to dance
With the devil on your back.
They buried my body
And they thought I'd gone,
But I am the Dance,
And I still go on.

Dance, then, wherever you may be,
I am the Lord of the Dance, said he,
And I'll lead you all, wherever you may be,
And I'll lead you all in the Dance, said he

They cut me down
And I leapt up high;
I am the life
That'll never, never die;
I'll live in you
If you'll live in me -
I am the Lord
Of the Dance, said he."

Breandán stopte met zingen. Het lied was over, maar de muziek ging nog even door, maar toen ook de muziek stopte dropen de mensen langzaam af en Breandán zocht ouwe Henri uitgeput op. Het lied was misschien niet het langste, maar Breandán had gedanst en gedanst en gedanst. Hij hoopte dat hij het Ierse moraal van genieten van het leven, waar vooral de zang, dans en drank ondervielen, hier goed bij de mensen had overgebracht. Vlak voor Henri zakte hij ietwat door zijn knieën en liet zijn handen daarop steunen. Bran hijgde zachtjes en een druppel zweet droop over zijn voorhoofd. Hij wist dat hij er moe uitzag, maar als het moest kon hij zo nog een hele dag en nacht en misschien wel langer doorgaan. Dat was hij immers gewend in zijn geboortedorp.
‘Goed gespeeld, Henri,’ zei Breandán tussen zijn ademstoten door.
De man lachte goedaardig en keek de jongen door ontroerde ogen aan.
‘Dankje, mijn jongen, voor de kans die je me hebt gegeven. Je hebt me een mooie dag geschonken.’
Breandán stond op en veegde nu wat zachter hijgend het zweet van zijn voorhoofd.
‘Doe niet zo gek, oude man, ik heb niets bijzonders gedaan.’
De man bleef hem trots en glimlachend aankijken en pakte toen zijn petje op. Breandán verbaaste zich bijna over hoe vol dat ding nu wel niet was. Zo even geleden hadden er nog een stuiver en een goedkope ganzenveer in gelegen en nu puilde het uit van de goudstukken. Breandán was eigenlijk al helemaal over het geld vergeten tot Henri daarover begon.
‘Hier, knaap, ieder de helft.’
Breandán deed een stapje terug. Hij was hier voor geld gekomen, maar zo gauw als hij begonnen was te dansen was dat misschien wel meer voor de oude man zelf dan voor ieder ander, inclusief hemzelf, geweest. Hij schudde zijn hoofd en hield zijn handen voor zijn borst.
‘Nee, Henri, dat doe ik niet. Ye hebt het verdiend.’
De man kreeg een frons op zijn gezicht en pakte Breandán’s hand ruw af. Zonder te letten om zijn tegenwerpingen en al helemaal zonder zijn hand los te laten duwde hij er zeker twintig goudstukken in.
‘Hier. Nu de helft. Ik ga me echt niet laten bedienen door een jonge knul als jij, hoor! Ik ben misschien niet de jongste meer, maar ik heb nog wel mijn waardes weet je.’
Opeens begreep Breandán het. Ze wisten beiden dat het een vriendendienstje wat geweest, maar oude Henri wilde niet afhankelijk zijn van een kind en zou het opvatten als onrespectvol als hij het geld niet aan zou nemen. Breandán knikte ietwat beduusd. Een beetje geschrokken door Henri’s plotse serieusheid en keek naar de grond. Henri tikte tegen zijn kin en knipoogde naar Breandán zo gauw als hij hem weer aankeek.
‘En al helemaal niet als het van die onbeschofte Ieren zijn Wink Nou, knul, koop daar maar iets lekkers van. Dat heb je wel verdiend!’
Breandán grijnsde. Bijna had hij zich in de maling laten nemen. Ok, misschien had hij dat al wel, maar hij kon nou eenmaal moeilijk tegen grapjes die gelijk zo serieus en moeilijk overkwamen. Hij boog lichtjes naar de oude luitist.
‘Dank ye, Henri.’
De man lachte en porde hem toen op zijn hoofd.
‘Maar nu weg jij! Je hebt nog een heel leven voor je waar je van moet genieten!’
Breandán grijnsde. Dat was waar. Hij moest nog een held worden. Later zouden de liedjes over hem gaan. Deze mensen zouden hem in ieder geval meer persoonlijk kennen als die tijd ooit zou komen. Dan zouden ze zeggen: ‘Breandán? De Breandán? Ja, wij hebben ooit nog eens met die jongen gedanst en gezongen!’ Breandán lachte nu al bij die gedachte. Hij pakte zijn spullen op en bevestigde ze aan zijn riem. De muntstukken liet hij in zijn leren buideltje glijden. Zijn shillelagh bekeek hij iets langer waarna hij die ook aan zijn riem bevestigde. Zijn messen gingen weer achterop zijn rug en klaar was hij.

* Le do thoil = Iers voor alsjeblieft ;p
** Iers voor ‘Blue Eyes’
En de muziek natuurlijk ;p http://www.youtube.com/watch?v=UI4TYkkYe1o

3 Re: Finally, a city! op di aug 28, 2012 4:10 pm

Evolet

avatar
Ik ben een Ontdekker
Ontdekker
Evolet bleef rondlopen totdat iets eigenaardigs haar felblauwe ogen naar zich toe trokken. Haar oren pikte golven van muziek op en mensen begonnen bij elkaar te komen, stroomden vanuit overal daarheen om te zien wat er nou eigenlijk gaande was daar. Ook Devil's goeie ogen zagen de menigte verzamelen om de muziek en hij waarschuwde haar er niet naar toe te gaan. Evolet kreeg een grijns om haar gezicht en liep er met een zeker gevoel heen. Ze was hier niet om te werken maar om te zien, om mee te maken en om te ervaren en genieten. Devil pikte boos in haar oorschelp en zei nog eens dat ze er niet heen mocht, maar Evolet kon de muziek al door zich heen voelen. Het deed haar denken aan thuis, waar iedereen genoot van elke levensdag en met elkaar dansten en dronken. Zeker waren de Vincenza wel degelijk levensgenieters, meer dan de meeste Clans. Of dat was haar in ieder geval verteld en ze vond het niet erg om die naam boven te houden! Ze wuifde Devil van haar schouder af en hij vloog met een krijg omhoog, om te landen op een dak ergens in de buurt. Nog steeds hield hij haar in de gaten, voor het geval dat maar.. Evolet baande zich ondertussen een weg tussen de mensen door naar de muziek en voelde hoe haar humeur een heel eind omhoog schoot, blij werd en haar hoofd leeg haalde van allerlei gedachten over wat ze nog moest doen en ging doen straks. Onderdak en alles, nu eventjes niet. Ze kwam aan bij de cirkel maar merkte dat het hier zó dicht van de nieuwsgierige mensen stond dat ze met haar boog en alles er nooit doorheen zou komen. Ze besloot met pijn en moeite haar spullen in een donker steegje weg te zetten, met het gevaar dat iemand ze kon pikken, maar wist dat Devil ze dan wel zou bewaken. Dat deed hij ook, en toen er een keer een vreemdeling kwam om de spullen weg te halen vloog hij recht op de man af en jaagde hem weg. Daar hoefde ze zich dus geen zorgen over te maken, dacht ze in zichzelf, en baande zich weer een weg terug. Ze zag nu een jongen in het midden van de groep staan, iets jonger dan zijzelf zo het leek, en een oudere man die de luit speelde. De jongen danste en zong en ook de man leek wel te dansen, al hoewel hij goed door bleef spelen. Ze voelde haar hart sneller slaan, niet van vlinders of van die rare dingen, maar omdat de muziek zo vrolijk was en al de mensen om haar heen die vrolijk meedansten. Ze besloot meer het midden in te komen om er maar een beter beeld van te gaan krijgen en danste vrolijk en blij tussen de mensen door. Haar heupen en armen begonnen lekker los te komen, ze herinnerde zich zeker nog wel haar oude bewegingen als ze vroeger danste met vrienden in Poraña, en ze voelde zich steeds lichter in haar hoofd. Niet zo veel nadenken, lekker laten gaan! Toen ze het midden bereikte keek ze eens goed om zich heen. Niemand hier die ze herkende, wat maar goed was ook dan, alleen maar vrolijke mensen die aan het dansen waren. Opeens zag ze de jongen haar kant op komen en ze kreeg er een gemengd gevoel van. Aan de ene kant wilde ze dansen, aan de andere kant niet... ze kreeg geen tijd om er over na te denken, de onbekende jongen trok haar naar zich toe. Zijn gouden ogen schenen ondeugend wat haar deed grinniken en vrolijk danste ze mee. Hij zei alleen ook nog iets in een taal die ze niet begreep maar liet het deze keer maar begaan. Ze knikte vrolijk voordat haar hoofd iets kon zeggen over terugtrekken en liet haar lichaam nu helemaal los om zijn eigen ding te doen. Haar getrainde lichaam was niet zwaar maar juist licht, ze was dan ook niet echt sterk maar juist snel getraind, en haar heupen draaide soepel mee in haar bewegingen. Toen hun buiken elkaar kort raakte glimlachte ze eventjes vrolijk voordat ze verder danste met hem. Af en toe draaide ze een rondje of klapte vrolijk op de melodie als hij haar losliet en toen hij een nieuwe partner vond werd ze opeens weggetrokken door een meisje die dolgraag ook met hem wilde dansen. Haar bruine haren vlogen wild om haar heen en ze glimlachte nog eens naar de jongen die nu wel belaagd leek te worden. Ze schoot in de lach en raakte opeens aan de dans met een wat oudere jongen die ook wel zin had om te dansen. Vrolijk klapte en bewoog ze verder, zo nu en dan kwam er opeens iemand anders bij haar staan, de ene keer een jongen en zelfs wat meisjes draaide vrolijk met haar mee. Toen ze een ongewenste hand op haar onderrug voelde sloeg ze deze met een pets weg en hoorde een aangeschoten lach achter zich. Ze sloot haar ogen en hield haar hoofd bij zich zelf, dit was niet Poraña waar ze kon doen en laten wat ze wilde (meestal dan). Ze nam een pint over van een meisje die er al wel genoeg op leek te hebben en nam er een paar slokken van. Bier smaakte altijd goed, op feesten zoals deze. Persoonlijk was ze meer van de wat sterkere drank en wat minder maar van alles kon ze wel wat waarderen. Sterke drank paste niet bij deze vrolijke volksdans, dat begreep ze natuurlijk wel. Ze moest kort terugdenken aan de tijd toen ze een hekel had aan drank, dat was hiervoor geweest. Snel schudde ze haar hoofd, ze was vrolijk en deze keer zou ze dat blijven ook! Evolet passeerde de pint door naar iemand anders, keek niet echt naar wie het was en ging vrolijk door met dansen. Toen de zang opeens ophield keek ze verbaasd omhoog en zag de jongen op een stoel staan, alhoewel hij niet meer zong. Het lied was over, klaar, en toen ook de muziek stopte gingen de meeste mensen weg. Evolet was een van hen maar ze bleef op een andere soort manier. Ze ging haar donkere steegje in en stuurde Devil omhoog de lucht in. Dit deed hij met grote tegenzin omdat ze hem in zijn ogen had laten zitten, maar uiteindelijk deed hij het toch maar. Toen hij had laten blijken dat het zijn eigen keus was natuurlijk.
Ze keek het hoekje om en zag de jongen met de oudere man praten. Zeker wel pikte ze het hele gesprek op, dat was waarop ze was getraind, al bedoelde ze het niet echt zo. Langzaam deed ze haar spullen terug om zich heen, dolk en vest en riem en als laatste haar boog die ze halverwege aandeed. Als een schoudertas maar dan met de dikke draad voor haar zodat de boog goed bleef zitten. Het was ook niet echt bepaald een kleine boog maar ze was gewend aan haar houten vriend op haar rug. Devil krijste eens naar haar en ze keek boos omhoog. De valk moest niet zo... tegendraads doen! Hoofdschuddend grinnikte ze en toen ze geen stemmen meer hoorde liep ze uit haar steegje. Haar voeten liet ze in een versnelling gaan en terwijl ze lichtjes de grond raakte haalde ze de onbekende jongen in.
"Hee jij, Irish guy!" riep ze hem na voordat ze bijna naast hem stond. Hij zag er goed voorbereid uit, misschien ging hij ook reizen? Ze wist het niet precies maar wist wel degelijk wat ze an hem wilde vragen. Haar felblauwe ontmoette zijn gouden ogen en ze glimlachte vrolijk. "Hoe noemde je me nou net? Súile Gorm, wat betekend dat, vrolijke vreemdeling?" Ze was nieuwsgierig naar de aparte benaming, zag het niet als een aanklacht maar was simpelweg benieuwd naar zijn taal. Of naja taal, de woorden die hij had gebruikt. Haar geheugen liet haar ook nooit in de steek en ze probeerde zijn woorden op dezelfde manier uit te spreken. Met haar vest in haar handen pakte ze dezelfde snelheid als hij op en toen ze de zon in liepen werd haar ietwat bruine huid er door verwarmd. Ze had wel een tintje, dat zat zowel in haar bloed als in het feit dat ze altijd op weg was, maar zo waren de meeste Vincenza wel. Nam ze aan dan, de meeste had ze al een langere tijd niet meer gezien. Ze bleef vrolijk glimlachen naar de jongen en wachtte op haar antwoord.

-sorry, niet zo lang als de joune xP

4 Re: Finally, a city! op di aug 28, 2012 5:39 pm

Breandán

avatar
Ik ben een Rookie
Rookie
Breandán keek verbaasd om toen hij iemand hem hoorde roepen. Tenminste, hij ging er vanuit dat ze hem bedoelden met de ‘Irish guy’. Een meisje met lang bruin haar en een lange boog achterop haar rug kwam op hem afgestuit. Breandán stopte met lopen zodat ze hem kon inhalen en wachtte rustig op wat ze te zeggen had. Toen ze haar vraag gesteld had schoot hij in de lach.
‘Oh, jij was dat dus!’
Bran grinnikte even voordat hij haar antwoord zou geven. Door haar vraag keek hij automatisch weer in haar blauwe ogen. Jep, met haar had hij ook nog gedanst.
‘Súile Gorm betekent zoiets als BlauwOog in thy taal, Bheann Álainn.’
Bij dat laatste maakte hij ook nog een kleine buiging. Zijn ogen fonkelden weer totdat het tot hem doordrong dat het meisje dat laatste waarschijnlijk ook wel niet verstaan had.
‘Bhean állainn betekent trouwens schone dame,’ zei hij met een goedbedoelde knipoog. Daarna bekeek hij het meisje eens wat nader. Ze zag eruit alsof ze ook wel een aantal dagen in het wild zou kunnen overleven. Misschien was ze op reis? Breandán glimlachte en zette zijn handen in zijn zij.
‘Zoho, ook niet van hier, zie ik?’
En hij maakte een suggererende blik richting haar spullen. Opeens hoorde hij een zachte blafje en gelijk draaide Breandán zich om. Een meisje met dik, blond haar droeg zijn kleine metgezel, die vermoeid in haar armen hing, en kwam in zijn richting aanlopen. Breandán’s gezicht klaarde op toen hij Conan zag en Conan werd duidelijk ook weer fit toen hij zijn baas zag. Zijn staart begon te kwispelen en hij wrong zich los uit de greep van het meisje. Breandán rende ondertussen op hem af met zijn armen wijd gespreid en riep verheugd uit:
‘Hey, beag mag tíre*! Conan, m’n vriend!’
Het meisje dacht waarschijnlijk dat het tegen haar was, want ze begon te blozen terwijl ze zwoeltjes naar hem keek. Haar gezicht verzakte echter in een jaloerse frons toen Breandán straal langs haar heenliep naar zijn hond. Conan was op de grond gevallen, maar gelijk weer opgestaan en rende nu heftig kwispelend op Breandán af. Zijn roze tong hing uit zijn bek en zijn bruine ogen fonkelden vrolijk. Vlak voor hem zakte Bran op zijn knieën en werd gelijk besprongen door Conan. Conan likte zijn baas z’n gezicht helemaal onder en Breandán moest oppassen dat hij tijdens het lachen zijn honds lange tong niet in zijn mond kreeg.
‘Hey, buddy. Waar was ye nou?’
Breandán keek zijn kleine vriend even in de ogen en grijnsde. Tijdens het dansen en zingen was hij Conan helemaal vergeten en waarschijnlijk was zijn hond hem door de massa kwijtgeraakt. Ach nou, Breandán keek even om naar het meisje dat Conan terug had gebracht en daarna weer terug naar zijn hond, volgens Bran had zijn maatje het wel gezellig gehad…
Breandán stond op en liep richting het meisje en Conan achtervolgde hem. Hij pakte haar zachte hand vast en kuste die prinselijk.
‘Dank ye zeer voor het passen op die onstuimige lastpak. Ye hebt me echt geholpen.’
Breandán knipoogde nog even naar het meisje dat nu al helemaal bloosde en begon te stotteren. Ze wuifde hem weg en zei dat het niets was. Breandán wenste haar nog een prettige dag toe en liep toen terug naar het blauwogige meisje.
‘Hèy, sorry voor de onderbreking, maar ik moet de heldhaftige die op dit mormel…,’ en hij gaf Conan een dauw met zijn voet, ‘durfde te passen toch even bedanken.’
Breandán grijnsde toen Conan een afkeurende kef blafte en aaide hem toen snel even over zijn bol om het goed te maken. Daarna keek hij het meisje aan en merkte dat zijn keel weer droog was geworden.
‘Zeg, wat dacht ye ervan als ik om het goed te maken ye trakteerde op een drankje? Ik weet ondertussen wel waar ye het betere kan vinden, want het meeste hier valt niet te zuipen!’
Met die stevige grijns nog op zijn gezicht geplakt bleef hij het meisje aankijkend, wachtend op een antwoord. Conan zat ondertussen naast hem en knauwde aan zijn achterpoot.


*Beag mag tíre = Irish for Little Wolf

5 Re: Finally, a city! op do aug 30, 2012 4:34 pm

Evolet

avatar
Ik ben een Ontdekker
Ontdekker
Evolet grinnikte eventjes toen hij omdraaide. Hij herkende haar dus nog wel, klaarblijkelijk. Niet dat dat echt had uitgemaakt want alles wat ze wilde was een antwoord op haar vraag, maar toch. Ergens was het wel goed te weten dat ze bleef herinnerd, al was het maar om de felblauwe ogen die ze van moeder door had gekregen. De jongen sprak met een grappig accent, eentje die ze helemaal niet herkende maar aannam dat het kwam van waar hij vandaan kwam. Het accent was nog beter te horen geweest in het lied dat hij net nog had gezongen, maar ze had eerlijk waar niet verwacht dat hij in het echt ook zo praatte. Ach ja, ze haalde figuurlijk haar schouders daarbij op. Iedereen had wel een soort accent, toch? Zij vond van wel. En het accent zou hem makkelijk herkenbaar maken en mensen uit zijn dorp of regio ook. Evolet grinnikte bijna weer, ze kon haar instinct geen enkel moment loslaten of wel? Altijd als ze iemand nieuws leerde kennen haalde ze gelijk zo veel mogelijk informatie los, of ze het nou wilde of bedoelde of niet. Ze knikte met een soort vragende glimlach op zijn antwoord, omdat ze ook deze keer geen idee had wat de laatste paar woorden waren. Hij boog er in ieder geval wel bij waardoor ze het niet kon houden om te grinniken. Ze was niet het soort meisje dat zich gevleid voelde, maar grappig of naja leuk vond ze het wel en ze boog op een meisjes-achtige manier. Wat trouwens beter was gelukt als ze een jurk aan had gehad, dan was het pas vrouwelijk, maar die had ze nou eenmaal niet als ze op reis dus hij moest het maar met die buiging doen. Toen hij daarna vertelde wat zijn andere woorden betekende, schone dame dus, schoot ze bijna in de lach. Niemand was zo gek om haar zo te noemen, of het moest plechtig zijn. Ze mocht hem wel en liet zichzelf in een combinatie van glimlachen en blozen reageren. Nog iets, ze was goed om zichzelf helemaal in te houden en de lach die ze bijna had gelachen zou hij waarschijnlijk nooit door hebben gehad. "Danku, ik voel me vereerd." antwoordde ze met een halve grijns. Toen hij naar haar spullen wees pikte ze ook dat weer op. Hij was dus niet van hier, maar waar hij dan wel vandaan kwam wist ze niet zeker. Zoals gezegd, ze kende niemand met dit accent. Ze grinnikte en keek glimlachend naar haar spullen toen hij er naar wees. "Nee, op doorreis. Met mijn trouwe kameraad.." ze streek zacht over het mooie hout van haar boog. Devil pikte dit op en liet een afkeurende krijs horen van boven wat haar alleen maar meer deed grinniken.
Ze wilde deze onbekende jongen net vragen waar hij vandaan kwam toen hij zich opeens omdraaide. Een meisje met een hond in haar handen kwam naar hun toe. Evolet bekeek het schouwspel met een grijnzende omhooggetrokken wenkbrauw en leunde met haar armen over elkaar tegen de muur aan. De hond was klaarblijkelijk zijn Anima, dat kon toch echt niet anders. "Dat geeft niks, volkomen begrijpbaar." sprak ze vriendelijk tegen hem en gaf hem een vriendelijke knipoog. De jongen zag er leuk uit, dat moest ze dan toch wel toegeven, maar de hond was absoluut te schattig! Ze luisterde wel naar wat de jongen vroeg maar wilde eigenlijk door haar hurken gaan om de Anima van de jongen glimlachend te ontmoeten toen Devil aan kwam. Ze voelde zijn aanwezigheid alsof een deel van haarzelf terug kwam en net op tijd stond ze weer op. Haar bontje zat nog vastgemaakt en Devil kwam met een bloedvaart op haar af, en remde op het laatste nippertje weer af, zoals hij altijd deed. Sommige schrokken ervan maar zelf stond ze altijd te smalen als hij eraan kwam. Hij was nog nooit tegen haar aan gevlogen, behalve als kleine valk misschien, maar nooit expres. En ook deze keer landde hij netjes op haar linkerschouder en zette zijn nagels diep in het bontje. Om even te laten weten dat hij er was en het nergens mee eens was hier maakte hij zich zo groot mogelijk en spreidde zijn vleugels lang uit voordat hij nog een krijsend geluid maakte. Evolet gaf hem grinnikend een por in zijn buik, die gehuld was met donkere en lichtbruine veren, waardoor hij boos naar haar keek. Ze bleef grinniken en keek zo lachend terug naar de jongen. "Sorry daarvoor, dit is mijn beste vriendje Devil. Hij vind het heel leuk om jou en Conan te ontmoeten en wil graag mee..-" ze had de bedoeling om de jongen aan haar anima voor te stellen maar ook daar was de vogel het niet mee eens. Hij pikte haar hard in haar oor voordat hij chagrijnig terug keek naar de jongen. Hij mocht hem niet, en zijn anima ook niet, hij mocht niemand die zomaar met zijn meesteres aanpapte! Niet dat dat nou echt zo was, maar zo zag Devil het altijd, hoe je het ook draaide en keerde. "Niet mee eens! Niet mee eens! Drink je eigen bier!" krijste hij naar de jongen. Evolet gaf Devil een tik tegen zijn koppie aan, nou was hij toch wel een beetje erg ver gegaan. De valk wist ook altijd wel wat te verstoren.. "Nou zeg Devil! Doe eens normaal!" haar innerlijke strijd met de valk duurde dan ook echt altijd voort, leek het, en ze draaide zich met een verontschuldigende glimlach om naar de jongen. "Nou zeg, het spijt me. Devil is niet zo.. sociaal zal ik het noemen. En ja graag, ik ga graag mee om wat te drinken, als je wat sterkers dan bier aan te bieden hebt." zei ze, eerst verontschuldigend maar dat laatste met een lachende knipoog. Devil wilde weer bezwaar maken maar Evolet haalde snel genoeg uit om met haar rechterhand zijn snavel dicht te krijgen. "En jij, meneer koekebakker, mag mee en aardig zijn of je gaat maar iemand anders vervelen." zei ze waarschuwend tegen Devil. Deze keek nog eens waarschuwend naar zowel de vreemdeling als zijn wederhelft voordat hij met een zeer ontdane krijs terug de lucht in schoot. Evolet haalde zuchtend haar schouders omhoog voordat ze weer grinnikend naar de jongen keek. "Sorry voor zijn slechte karakter, hij word aardiger als je hem echt leert kennen. Uiteindelijk." Ook dat wist ze eigenlijk niet zeker, maar ze moest toch iets hebben om zich mee te verontschuldigen. Daarna kreeg ze weer een grijnzende glimlach om haar mond en liep naar de jongen toe en ging naast hem staan. "Nou, vreemdelinge Irish guy, zeg het maar. Welke kant uit is de drank, en welke kant uit kom je vandaan?" ze probeerde haar zin zo vrolijk en vriendelijk mogelijk te formuleren zodat ze hem niet ongemakkelijk zou maken met vragen, als hij dat al werd.

-de boog van Ev is trouwens zo'n Engelse Longbow Wink

6 Re: Finally, a city! op za sep 01, 2012 7:53 pm

Breandán

avatar
Ik ben een Rookie
Rookie
Breandán wilde net weer iets zeggen toen zijn aandacht werd getrokken door een bruin stipje in de lucht dat steeds sneller hun richting opkwam. Op een gegeven moment was het dichtbij genoeg dat Breandán kon zien dat het een valk was. Er kwamen sprankelende lichtjes in zijn ogen. Roofvogels had hij altijd al prachtig gevonden. In zijn dorp waren er maar een paar en die werden voornamelijk voor de jacht gebruikt. Soms zag hij er ook wel eens een wanneer hij hout aan het sprokkelen was in het bos, maar van zo dichtbij had hij ze no-… Zo dichtbij… Dat beest kwam steeds dichterbij. De vogel was nu zo dichtbij dat het wel leek alsof hij het meisje aan zou vallen! Vlug greep Breandán naar de lemmeten van de zwaarden die gekruist op zijn rug hingen, maar liet die langzaam los toen de valk op Evolet’s schouder neerstreek en daar bleef zitten. Net toen Breandán dacht dat het gevaar geweken was maakte de vogel een afgrijselijk geluid. Gelijk legde hij zijn handen weer op zijn zwaarden, maar Evolet grinnikte alleen maar. Verward trok hij zijn wenkbrauw op. Hoorde het beest bij het meisje? Was ze misschien een jager dan? Langzaam liet Breandán zijn handen van zijn wapens glijden. De woorden van Evolet drongen niet helemaal tot hem door. Heel leuk om hem te ontmoeten? Wel, misschien werd hij nou gek, maar de vogel leek anders helemaal niet zo blij te kijken.. Pikte dat dier nou in haar oor? Breandán wist niet zo goed wat hij nu moest denken. HOLE MELONY SHITCRAPS!!! Breandán sprong achteruit en Conan blafte beschermend. Zijn armen hingen gespannen langs zijn zij. Had hij dat nou goed gehoord? Had die vogel nou gepraat? Zijn hart klopte in zijn keel. Dieren hoorden niet te praten, damnaigh! Of was dit zoiets als waar Faith het over had gehad? Was dit… Magie? Iets meer geïnteresseerd kwam Breandán dichterbij. Conan raakte er een beetje verward van. Hij kende Breandán zijn hele leven lang al, maar zijn omslagen van geschrokken, soms zelfs bang naar nieuwsgierig verraste hem nog steeds. Conan had dat zelf ook wel, maar lang niet zo erg als zijn baas. Breandán grinnikte even kort.
‘Devil hè? Wel, zijn naam zegt waar het op staat. Wel een mooi beest.’
Breandán bekeek de vogel nog eens. Jemig, hij keek echt boos. Het zat hem ook niet mee. In zijn dorp was hij altijd wel aardig geweest met dieren. Dieren schenen zijn goedaardige natuur bijna altijd aan te voelen, maar sinds hij zijn woonplaats verlaten had, had Breandán alleen nog maar afgunst bij dieren gewekt. Faith’s wollige beertje Mystic had haar neus naar hem opgetrokken en nu deed Devil hier precies hetzelfde. Nou ja, niet precies, de vogel deed het nog veel erger. En hij praatte. Magie. Zeker weten magie.
Spoiler:
‘Nou, niet sterker dan bier, maar wel sterker bier.’
Breandán draaide zich al om en liet Evolet het gevecht zelf maar met haar vogel uitvoeren. Conan keek de vogel nog even wantrouwend aan en volgde toen zijn baas. Iedereen die zijn baas onrespectvol behandelde werd gewantrouwd. Zijn baas was goed. Zijn baas was warm. Zijn baas was God. Zijn baas was alles. Conan was de trouwste hond die iemand maar kon wensen en Breandán wist het. Hij knipoogde even vlug naar zijn maatje.
‘Trek het yee niet aan, beag mag tíre. Ik red me wel. Nu ye nog!’
Een golf van warmte spoelde door Breandán heen. Hij wist niet wat het was, maar had het gevoel dat het van Conan kwam die zijn genegenheid jegens hem even duidelijk wilde maken. Soms had hij dat opeens. Dan leek het dat hij en Conan een geest en dezelfde gevoelens deelden. Heel vreemd, maar het was nou eenmaal zo.
Breandán keek lachend om naar Evolet.
‘Dat hoop ik maar al te graag!’
Maar wanneer hij naar de chagrijnige vogel keek trok hij haar uitspraak in twijfel. Het zag ernaar uit dat Breandán wonderen moest verrichten als hij de vogels goedkeuring wilde krijgen en misschien dan nog niet. Hij liep rustig door toen Evolet naast hem verscheen en glimlachte bij haar woorden.
‘De drank is overal waar ik ben. Maak ye daar maar geen zorgen over. Alhoewel, problemen zijn ook overal waar ik ben..’
Daarna was hij even verbaasd. Wilde iemand weten waar híj vandaan kwam? Zo’n onbenullige timmerman’s zoon? Breandán glimlachte trots. Hij was trots op waar hij vandaan kwam en altijd wanneer hij over zijn geboorteplek vertelde viel dat weer duidelijk te merken.
‘Ik kom uit Luaitrigh. Ye kent het waarschijnlijk niet. Dat is niet erg. Bijna niemand kent het, want het is erg afgelegen, maar de mensen zijn aardig, nee, ze zijn super, geweldig! Iedereen is gezellig en er wordt veel gedronken, gezongen en gedanst. Soms lijkt het wel of er elke dag een feestje is!’
En dan had hij het niet eens over échte feesten, maar elk praatje met een gezellige inwoner of buur voelde voor Breandán als een feestje. Hij zuchtte even. De goede herinneringen overspoelden hem, maar hij voelde geen heimwee. Nog niet in ieder geval. Zijn reis was nog te vers om al naar huis terug te verlangen.
‘En jij? Waar kom ye dan vandaan? Vast ook niet van hier als je op doorreis bent?’
Breandán wachtte nieuwsgierig op haar antwoord en werd na een tijdje gewaarschuwd door een blaf van Conan. Hij keek op en zag dat de hond kwispelend voor een bar stond. Breandán grinnikte. Hij was hier de afgelopen dagen zo vaak geweest dat de hond ondertussen wel wist waar hij heen wilde.
‘Nou. Conan weet al wat mijn favoriete uithangplek is na een paar dagen. Ik alleen niet of dat een goed of een slecht teken is…’
Breandán keek even naar Evolet’s vogel, zich afvragend of zo’n beest wel toegestaan was in de bar, maar haalde toen maar zijn schouders op. Ze zouden het vanzelf wel merken. Als een echte heer hield hij de deur voor Evolet open zodat ze als eerste naar binnen kon gaan en volgde haar toen. Het was een donkere ruimte die ze binnentraden. Er hing een zacht witte walm van rook en de olielampen die hier en daar stonden en hier en daar hingen schenen een flauw, groen licht doordat hun glas groen geschilderd was. Links van hen stonden wat kleine, donkere tafeltjes met houten stoelen. Rechts van hen was de bar waar hoge, bordeaux rode barkrukken voor stonden. Achterin de niet zo grote ruimte was een smallere opening waardoor je net de wat grotere ruimte met de pooltafel al kon zien. Helemaal rechts van het café was ook nog een wenteltrap, maar die was niet bestemd voor onbevoegden en toch bijna niet te zien door de rook. Achter de bar stond een stevige, kale barman met een dun pijpje in zijn mond een glas te poetsen en er zaten wat rustige mensen aan een van de tafeltjes. Het was misschien niet het gezelligste café nu, maar Breandán wist dat dat ‘s avonds wel anders was. In ieder geval kon je hier betere drank halen dan waar dan ook in Sarania en dat was wat Evolet wilde. Nietwaar? Hij leidde haar naar een tafeltje en keek haar toen grijnzend aan.
‘Ik weet het. Misschien niet helemaal wat je verwacht had, maar wacht maar totdat ik de drank heb gehaald. Dan wordt het vanzelf wel beter!’
Hij liep toen naar de bar, achtervolgd door Conan, en bestelde daar twee van de literpinten Yellow Stag. Daarna ging hij weer terug naar waar hij Evolet achter had gelaten en zette de pint met een bonk voor haar neer.
‘Alsyeblieft, mevrouw.’
Breandán ging tegenover haar zitten en zag dat Conan zich onder de tafel begaf. De hond ging op zijn voeten liggen met zijn kop op zijn voorpoten en doezelde daar lekker een beetje in. Als het moest zou hij tenslotte zo wakker worden.
Breandán nam een forse slok van zijn bier en veegde het schuim zo van zijn mond af met zijn mouw. Hij was immers niet anders gewend.
‘Aaahh. Zo. Daar was ik echt even aan toe.’
Hij grinnikte en zette het glas weer op de tafel neer. Het feest van net was over dus hij kon het wel weer wat rustiger aan doen met dat drinken. Hij moest ook weer in zijn herberg terecht zien te komen.
‘Dus. Waar gaat de reis naartoe, hm?’
Breandán vouwde zijn armen over elkaar heen op tafel en keek het meisje nieuwsgierig aan. Hij was benieuwd naar wat voor avonturen ze had beleefd en ze van plan was te beleven.

7 Re: Finally, a city! op ma sep 03, 2012 7:55 pm

Evolet

avatar
Ik ben een Ontdekker
Ontdekker
Evolet was niet echt geschrokken van Breandán's reactie, maar wel verbaasd. Ze kon begrijpen dat Devil nou niet als vriendelijkste anima beschouwd werd, maar het leek haar onnodig om er wapens bij te gebruiken. Ze schoot bijna in de lach toen Breandán eerst zo reageerde, alsof het niet normaal was dat Devil zou kunnen praten. Ze kende meerdere Anima's die dat deden, toch? Nu ze er over nadacht, zijn anima leek niet te praten.. Evolet raakte er zelf van in de war, ze moest er ook bijblijven met haar hoofd. Breandán's volgende reactie verbaasde haar wel degelijk nog eens, net leek hij zo vijandig en nu was hij plots zo nieuwsgierig? Mannen, ze zou dan toch nooit begrijpen. Of het lag aan die vreemde jongen zelf, dat kon ook nog gebeuren.
Evolet schoot nu dan toch wel degelijk in de lach over zijn opmerking. Devil vond het niet grappig, hij was geen duivel volgend hemzelf, en hij vond het niet grappig als andere grapjes over hem maakte. Toen Devil het compliment daarna hoorde keek hij iets minder minachtend naar het mens. Hij was dan toch ook niet te koop voor complimentjes! Nee, hij accepteerde het niet! Nog een krijste hij chagrijnig, alleen deze keer iets minder hard. Evolet lag zwaar in een deuk om de anima, dat hij dan toch ook zo chagrijnig kon zijn verbaasde haar nog dagelijks. Ze hikte bijna van het lachen en sloeg haar armen om haar buik ervan, het was toch bijna onmogelijk om Devil zo pisnijdig te krijgen. "Dankje, hij is toch wel een mooi beestje. Alleen aan de binnenkant kan nog gewerkt worden he, Deviltje?" ze zei het eerst tegen Breandán maar koppelde snel door naar Devil. nog half hikkend van het lachen plaagde ze Devil met een port in zijn verige buikje.
Toen de vogel wegvloog keek ze glimlachend terug naar Breandán. Nou, als hij een goede plek wist voor beter bier vond ze dat ook wel goed. Ze knikte naar wat hij te vertellen had. Als hij problemen aantrok, hadden ze dat in ieder geval in gemeen! Ze wist niet hoe, maar ze was goed in het uitlokken van gevechten. Of ze was gewoon snel op haar teentjes getrapt, dat kon ook. Hoe dan ook, er gingen meestal maar een paar dagen voordat ze weer in een gevecht belandde. Nou vond ze dat ook niet echt erg, omdat ze het stiekem altijd wel leuk vond om in een gevecht te belanden, zolang ze maar zeker wist dat ze kon winnen. Anders vond ze er net wat minder aan.
Ze luisterde aandachtig naar het antwoord wat Breandán gaf. Ze herkende de naam inderdaad niet, maar gelukkig was dat dus niet zo erg. Zoals hij vertelde over zijn dorp klonk het heel gezellig, en hij leek er zeker trots op te zijn. Heel zijn houding veranderde, dat kon ieder mens toch wel zien. Ze bleef nieuwsgierig luisteren en bij zij beschrijving kwam een kleine fonkel in haar ogen. Feest, elke dag, dat klonk als bij haar thuis. Poraña, de stad zelf, was vol met cafeetjes en dergelijken, waar vooral veel gezopen werd en gebulderd van het lachen. Natuurlijk was dat alleen maar gelegenheid geweest voor haarzelf wanneer ze vrije tijd had, bij Breandán klonk het veel gezelliger. Ze verwachtte de vraag al wel, maar toch wist ze niet precies wat ze moest zeggen. Waar ze nou precies vandaan kwam, daar moest ze zelf nog achter komen. Ze moest haar vader zien te vinden, want zelfs Zack leek het niet te weten en haar moeder kon ze het moeilijk vragen. Ja, als ze met doden kon praten wel ja maar dat kon niet, klaar en uit, en om iets over het tehuis te zeggen vond ze ook onnodig, sinds ze zelf nog geen idee had waar het lag. Ze glimlachte ietwat ongemakkelijk.
"Ach ja, ik ben opgegroeid in de zogenoemde achterwijk van Poraña. Zeker is Poraña heel vrolijk, veel gezuip en gelach en muziek, en iedereen weet wel een of ander verhaal over vroeger, maar dat maakte het leven er niet echt gemakkelijker op. Je moet je vrienden bij je houden, zo te zeggen." ze probeerde de ongemakkelijkheid uit haar stem te houden en glimlachte weer naar hem toen ze klaar was. Toen ze het geblaf hoorde keek ze recht voor zich uit, en zag de bar al. Ze grinnikte, hij was er dus kennelijk al wel vaker geweest. Maar wie kon het hem kwalijk nemen? Hij leek er ook zeker wel het type voor. Niet als een dronkaard, maar degene die vreugde nam in het leven en met volle teugen van genoot. Ze volgde zijn voorbeeld en liep naar binnen. Het was niet echt wat ze verwachtte nee, maar eigenlijk had ze weinig in haar eigen gedachten genomen. Het was donker en dens, maar zeker niet onbekwaam. Nee, het zag eruit als een bar die wachtte om tot leven te komen. Zo zag het er thuis ook wel uit, mensen wachtten opdat het leven er terug in kwam elke dag en in de avond was het volop gefeest. Soms zag je overdag een enkeling nog snurken van het bier dat ze de avond van te voren op hadden, dit leek hier het geval niet te zijn.
Ze liet zich begeleidden naar een tafeltje en grinnikte zachtjes in zichzelf. Met een plof ging ze zitten en knikte naar Breandán, hij had hier toch het meeste kennis van bier dus hij mocht beslissen welk bier hij haalde. Ook vond ze het niet erg om geboden te worden, dan spaarde ze zelf juist geld en dat vod ze niet erg. Met alle voorzichtigheid zette ze haar wapens neer, boog en koker en zwaard. Haar dolken hield ze daar in tegen bij zich, voor alle zekerheid toch maar. Ook zette ze haar zwaard zo neer dat ze het makkelijk kon pakken als het nodig was, en haar rugzak met spullen ernaast. Toen Breandán terugkwam keek ze hem grinnikend aan. "Dankjewel, mijnheer." zei ze grinnikend, en wachtte heel eventjes totdat hij een grote slok had genomen. Het was maar uit voorbehoede, iets wat ze altijd deed. Daarna grijnsde ze, en pakte de pint met een hand vast. Langzaam bracht ze het tot haar lippen maar toen ze het eenmaal proefde nam ze een paar flinke teugen. Het bier was inderdaad lekker! Om mee te beginnen sterker en koeler dan de vorige, en het had meer.. ja, smaak kon ze het noemen, of simpelweg gewoon meer bite dan de vorige. Daarna zette ook zij haar pint met een bonk neer. Ze wilde een zucht maken, zo eentje van he dat was nou heerlijk, maar in plaats daarvan kwam er bijna een boer. Snel als de wind sloeg ze haar hand voor haar mond net voordat het geluid haar keel kon ontsnappen, maar het kwaad was toch al geschied. Haar wangen begon lichtelijk rood te gloeien, en ze wreef maar snel ook het schuim weg. "Oeps, ik denk dat het te lang geleden is dat ik goed bier op heb. Maar zeker is dit geweldig bier, bijna net zo goed als thuis." zei ze met een knipoog. Want ja voor iedereen kon met thuis niks evenaren, ook al zei ze het niet al te hard zodat de barman het niet kon horen.
Ze grinnikte zachtjes in zichzelf voordat ze weer een slok nam. Daarna pas keek ze hem weer aan. "Ach ja, waar gaat de reis naar toe.. Overal en ergens denk ik. Heb zelf net tien dagen in de wildernis gezeten om wat tot rust te komen, en nu hier.. Ben in de Hiems geweest, het is echt steenkoud daar. Ook Poraña, en hier ben ik wat vaker geweest, zoals in Claps en Midnight Glade. Eigenlijk ben ik meer op zoek naar iemand dan naar iets.. Mijn vader verdween, en ik heb alleen een foto, dus ik wil hem vinden. Waar ik dan heen ga, maakt me niet uit, maar op een dag vind ik hem. Wat ik dan doe, weet ik alleen niet." het bier van nu en net maakte haar tong iets losser en voordat ze het wist had ze haar geheimpje nog verklapt ook. Ze kon zichzelf wel bijna voor de kop slaan, waarom dan toch ook.. voordat hij door zou kunnen vragen herstelde ze zich echter. "En jij, feesteling uit Luaitrigh, waar ga jij heen?" ze nam nog een slok voordat ze geamuseerd haar ene wenkbrauw omhoog trok en hem een enigsinds nieuwsgierig glimlachje schonk.

Gesponsorde inhoud


Ik ben een

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven Bericht [Pagina 1 van 1]

Soortgelijke onderwerpen

-

» [Rpg] New york city» Back in the city

Permissies van dit forum: Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum